ECLI:NL:CRVB:2023:207 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedDatum uitspraak: 1 februari 2023 22/2984 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 13 juli 2022, 9479158 CV EXPL 21-4707 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft [naam] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN Bij de aangevallen uitspraak heeft de kantonrechter beslist op een vordering van appellante in verband met het feit dat ABP het pensioen van appellante niet heeft geïndexeerd sinds 2008.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CRVB:2023:207 · Centrale Raad van Beroep: OVERWEGINGEN Bij de aangevallen uitspraak heeft de kantonrechter beslist op een vordering van appellante in verband met het feit dat ABP het pensioen van appellante niet heeft geïndexeerd sinds 2008.
Full text
Datum uitspraak: 1 februari 2023 22/2984 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 13 juli 2022, 9479158 CV EXPL 21-4707 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft [naam] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN Bij de aangevallen uitspraak heeft de kantonrechter beslist op een vordering van appellante in verband met het feit dat ABP het pensioen van appellante niet heeft geïndexeerd sinds 2008.
Gelet op het feit dat de zaak een civielrechtelijke kwestie betreft waarin de kantonrechter vonnis heeft gewezen, is het gerechtshof en niet de Raad de bevoegde rechter om te oordelen over het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier aan appellante wordt terugbetaald. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - verklaart zich onbevoegd; - bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van M.C.G. van Dijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2023. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) M.C.G. van Dijk Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.