Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:204 ECLI:NL:CRVB:2023:204 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:204 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:204
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

221335 AW Datum uitspraak: 1 februari 2023 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 maart 2022, 20/6337 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de korpschef van politie (korpschef) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft drs. S.H. Springer hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. De korpschef heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door drs.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:204 · Centrale Raad van Beroep: De periode tussen het einde van de ontslaguitkering en de geldende pensioengerechtigde leeftijd (het zogenoemde AOW-gat) is voor appellant bijna 2 jaar. 1.3. In verband met dit AOW-gat ontvangt appellant vanaf het moment dat hij de leeftijd van 65 jaar bereikt een financiële tegemoetkoming ter hoogte van minimaal 90% van zijn zogeheten gerechtvaardigde aanspraak. Deze tegemoetkoming eindigt wanneer appellant de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. 1.4. Op 30 januari 2020 heeft appellant aan de korpschef verzocht om zijn ontslaguitkering te laten aansluiten op zijn AOW-uitkering. 1.5.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2022:1237
20/3612 AW e.v. Datum uitspraak: 2 juni 2022 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 1 september 2020, 19/3496, 18 mei 2021, 20/4383, 18 mei 2021, 20/4381, 20 juli 2021, 20/4363, van de rechtbank Rotterdam van 12 augustus 2021, 20/6321, 29 oktober 2021, 19/4610, en van de rechtbank Den Haag van 4 november 2021, 20/7556 en 20/7562 (aangevallen uitspraken) Partijen: [appellant 1] te [woonplaats 1] en zeven anderen, zoals vermeld op de bij deze uitspraak behorende bijlage (appellanten) de korpschef van politie (korpschef) PROCESVERLOOP Namens appellanten heeft [naam 1] de hoger beroepen ingesteld en nadere stukken ingediend.
ECLI:NL:CRVB:2017:1473
16/6835 AW e.v. Datum uitspraak: 26 april 2017 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op de beroepen tegen de besluiten van de Minister van Defensie van 10 oktober 2016 Partijen: [appellant 1] te [woonplaats 1] en zeventien anderen zoals vermeld op de bij deze uitspraak behorende lijst (appellanten) de Minister van Defensie (minister) PROCESVERLOOP Bij uitspraken van 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2614 tot en met ECLI:NL:CRVB:2016:2618 en ECLI:NL:CRVB:2016:2620 tot en met ECLI:NL:CRVB:2016:2622, heeft de Raad - voor zover hier van belang - de minister opdracht gegeven nieuwe beslissingen te nemen op de bezwaren van appellanten, gericht tegen de beëindiging van hun wachtgeld op grond van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (Wbad), met inachtneming van hetgeen in die uitspraken is overwogen.
ECLI:NL:CRVB:2017:1904
16/7070 MPW e.v. Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 6 oktober 2016, 16/2190, 16/3064, 16/2188, 16/3079, 16/1600, 16/3116, 15/9473, 16/657, 16/663, 16/683, 16/2191 (aangevallen uitspraken) Partijen: [appellant 1] te [woonplaats 1] en tien anderen zoals vermeld op de bij deze uitspraak behorende lijst (appellanten) de Minister van Defensie (minister) Datum uitspraak: 1 juni 2017 PROCESVERLOOP Namens appellanten 1 tot en met 4 heeft mr. G. Blonk hoger beroep ingesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

221335 AW Datum uitspraak: 1 februari 2023 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 maart 2022, 20/6337 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de korpschef van politie (korpschef) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft drs. S.H. Springer hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. De korpschef heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door drs.

Springer en [gemachtigde] . De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.H. van Keeken en F.A. Waterham. OVERWEGINGEN 1.1. Appellant was werkzaam als [Naam functie] bij de [naam organisatie] . Bij besluit van 16 september 2014 heeft de korpschef appellant met ingang van 1 september 2014 functioneel leeftijdsontslag verleend. 1.2. Vanaf 1 september 2014 ontvangt appellant een ontslaguitkering op grond van de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid (Regeling). Door een verhoging van de in de Algemene Ouderdomswet (AOW) bepaalde leeftijd sluit de ingangsdatum van de AOW- en pensioenuitkering van appellant niet aan op het einde van de ontslaguitkering.

De periode tussen het einde van de ontslaguitkering en de geldende pensioengerechtigde leeftijd (het zogenoemde AOW-gat) is voor appellant bijna 2 jaar. 1.3. In verband met dit AOW-gat ontvangt appellant vanaf het moment dat hij de leeftijd van 65 jaar bereikt een financiële tegemoetkoming ter hoogte van minimaal 90% van zijn zogeheten gerechtvaardigde aanspraak. Deze tegemoetkoming eindigt wanneer appellant de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. 1.4. Op 30 januari 2020 heeft appellant aan de korpschef verzocht om zijn ontslaguitkering te laten aansluiten op zijn AOW-uitkering. 1.5.

Bij besluit van 4 mei 2020, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 9 oktober 2020 (bestreden besluit), heeft de korpschef het verzoek van appellant afgewezen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de ontslaguitkering van appellant eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. In de Regeling, zoals deze gold tot 26 juli 2016 (Regeling (oud)), is neergelegd dat de uitkering op dat moment eindigt en de Regeling, zoals deze geldt vanaf 26 juli 2016 (Regeling (nieuw)), brengt daarin geen verandering voor de groep oud- [Naam functie] waartoe appellant behoort. Het enkele gegeven dat de in artikel 11 van de Regeling (oud) vermelde leeftijd van 65 jaar samenviel met de AOW- en pensioengerechtigde leeftijd zoals die toentertijd golden, is onvoldoende voor het oordeel dat het uitdrukkelijk de bedoeling is geweest om bij eventuele toekomstige veranderingen van de AOW-gerechtigde leeftijd de einddatum van de Regeling (oud) op te schuiven.

Daarnaast blijkt uit de Regeling (nieuw) dat het niet de bedoeling is dat de uitkering van appellant eindigt op het moment dat hij de AOW-gerechtigde leeftijd (en/of pensioengerechtigde leeftijd) bereikt. Het opnemen van een financiële tegemoetkoming was dan niet nodig geweest. Verder heeft de rechtbank onder verwijzing naar rechtspraak van de Raad overwogen dat voor zover de korpschef een verboden onderscheid naar leeftijd heeft gemaakt, met een financiële tegemoetkoming ter hoogte van minimaal 90% van de gerechtvaardigde aanspraak geen excessieve inbreuk (meer) wordt gemaakt op de gerechtvaardigde aanspraak van appellant.

3. De Raad oordeelt als volgt. 3.1. De Raad stelt vast dat de omstandigheden van appellant identiek zijn aan die van betrokkenen in de uitspraak van 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1237. Wat appellant heeft aangevoerd is in de kern hetzelfde als wat betrokkenen hebben aangevoerd in de zaken waarop die uitspraak betrekking heeft. De beroepsgronden van appellant zijn in de bedoelde uitspraak besproken. Er is geen aanleiding om daar in dit geval anders over te oordelen. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2023. (getekend) B.J. van de Griend (getekend) S.S. Blok Uitspraken van 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1473, en 1 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1904.