ECLI:NL:CRVB:2023:17 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedDatum uitspraak: 5 januari 2023 22/994 AW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 februari 2022, 19/6151 (aangevallen uitspraak) Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen (appellant) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. K.F.A.M. Weijling, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 8 september 2022 heeft mr.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2023:17 · Centrale Raad van Beroep: K.F.A.M. Weijling, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 8 september 2022 heeft mr.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Datum uitspraak: 5 januari 2023 22/994 AW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 februari 2022, 19/6151 (aangevallen uitspraak) Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen (appellant) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. K.F.A.M. Weijling, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 8 september 2022 heeft mr.
Weijling het hoger beroep ingetrokken. Namens betrokkene heeft mr. K. ten Broek verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten. Appellant heeft geen verweerschrift ingediend. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 837,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-. Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2023. (getekend) Y.
Sneevliet (getekend) D. van der Boom