Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:162 ECLI:NL:CRVB:2023:162 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:162 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:162
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

221193 WAO-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2022, 21/5008 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 12 januari 2023 Zitting heeft: T. Dompeling Griffier: S. Pouw Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. Appellant is ter zitting niet verschenen. Het Uwv heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:162 · Centrale Raad van Beroep: Dompeling Griffier: S. Pouw Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. Appellant is ter zitting niet verschenen. Het Uwv heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

221193 WAO-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2022, 21/5008 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 12 januari 2023 Zitting heeft: T. Dompeling Griffier: S. Pouw Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. Appellant is ter zitting niet verschenen. Het Uwv heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr.

I.L.M. Dunselman. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. 1.1. In het besluit van het Uwv van 2 augustus 2021 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de beslissing van 24 maart 2021, inhoudende dat zijn aanvraag om toekenning van een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) niet in behandeling kon worden genomen, gehandhaafd. 1.2. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat het Uwv niet over voldoende gegevens en bescheiden beschikte om tot behandeling en beoordeling van de WAO-aanvraag van appellant over te gaan.

De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat het Uwv heeft mogen besluiten om deze aanvraag niet in behandeling te nemen.

2. Ten overvloede en ter voorlichting van appellant wordt overwogen dat hij niet in aanmerking kan komen voor een WAO-uitkering nu hij, zoals uit het dossier blijkt, sinds 1 oktober 2015 een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangt. Anders dan appellant veronderstelt, biedt de wet geen mogelijkheid om in aanvulling op de AOW-uitkering een WAO-uitkering toe te kennen.

3. Het hoger beroep slaagt niet.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) S. Pouw (getekend) T. Dompeling