Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:108 ECLI:NL:CRVB:2023:108 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:108 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:108
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Appellant is geboren in 1950. Bij besluit van 22 februari 2022 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van appellant om de afwijzing van aanvraag van 2016 te herzien. Tegen dit besluit is namens appellant bezwaar gemaakt. Het bezwaarschrift is gedateerd op 5 april 2022. Het is door verweerder per e-mail ontvangen op 6 april 2022. Het op 6 april 2022 per post verzonden bezwaarschrift is op 7 april 2022 bij verweerder ingekomen. Bij het bestreden besluit is het bezwaar door verweerder niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de redenen die worden genoemd voor het te laat indienen van het bezwaarschrift de termijnoverschrijding niet kunnen verontschuldigen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:11 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2023:108 · Centrale Raad van Beroep: De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) 6 weken. Deze wettelijke bepaling is dwingend van aard. Dat betekent dat verweerder gehouden is de tijdigheid van het bezwaar te beoordelen en in geval van niet-verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

Keywords

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6:11 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) 6 weken.
artikel 6:11 van de Awb
Dat betekent dat verweerder gehouden is de tijdigheid van het bezwaar te beoordelen en in geval van niet-verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

222807 AOR-PV Datum uitspraak: 13 januari 2023 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in het geding tussen Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder) Zitting heeft: H. Lagas, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt Appellant is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Leurink-Ofman. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant is geboren in 1950. Bij besluit van 22 februari 2022 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van appellant om de afwijzing van aanvraag van 2016 te herzien. Tegen dit besluit is namens appellant bezwaar gemaakt.

2. Het bezwaarschrift is gedateerd op 5 april 2022. Het is door verweerder per e-mail ontvangen op 6 april 2022. Het op 6 april 2022 per post verzonden bezwaarschrift is op 7 april 2022 bij verweerder ingekomen. Bij het bestreden besluit is het bezwaar door verweerder niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de redenen die worden genoemd voor het te laat indienen van het bezwaarschrift de termijnoverschrijding niet kunnen verontschuldigen.

3. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) 6 weken. Deze wettelijke bepaling is dwingend van aard. Dat betekent dat verweerder gehouden is de tijdigheid van het bezwaar te beoordelen en in geval van niet-verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

4. De Raad stelt vast dat de termijn voor het indienen van bezwaar met één dag is overschreden. Met verweerder is de Raad van oordeel dat niet gebleken is van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding. De datumstempel op de envelop van het per post verzonden bezwaarschrift dateert van 6 april 2022. Verder is niet aannemelijk dat het bezwaarschrift één dag eerder (op 5 april 2022) per e-mail zou zijn verzonden maar door een systeemfout als niet verzonden zou zijn geregistreerd. Onder de gedingstukken bevindt zich uitsluitend de e-mail van 6 april 2022, verzonden om 11:59 uur door de gemachtigde van appellant waarmee het bezwaarschrift bij verweerder is ingediend. Andere gegevens zijn niet aangetroffen.

5. Het bestreden besluit houdt stand.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) E.P.J.M. Claerhoudt (getekend) H. Lagas