Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2022:984 ECLI:NL:CRVB:2022:984 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:984 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2022:984
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 21 april 2022 21/1812 WAJONG-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 april 2021, 20/2290 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak van 15 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:984 · Centrale Raad van Beroep: Datum uitspraak: 21 april 2022 21/1812 WAJONG-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 april 2021, 20/2290 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak van 15 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 21 april 2022 21/1812 WAJONG-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 april 2021, 20/2290 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak van 15 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard.

De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Namens appellant heeft L.J. [ naam gemachtigde] verzet ingediend. Het verzet is behandeld ter zitting van 10 maart 2022. Appellant en zijn gemachtigde [ naam gemachtigde] zijn niet verschenen. Namens het Uwv is J.C. van Beek door middel van een videoverbinding verschenen. OVERWEGINGEN De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 9 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald, de gronden niet zijn ingediend en er geen machtiging is overgelegd.

In verzet voert [ naam gemachtigde] aan dat zijn cliënt het griffierecht niet heeft betaald omdat het misschien verkeerd is overgemaakt. De Raad stelt vast dat de stelling van [ naam gemachtigde] in verzet niet slaagt. [ naam gemachtigde] heeft niet met bewijsstukken onderbouwd dat het griffierecht verkeerd is overgemaakt. Daarnaast zijn er ook geen gronden ingediend en is er geen machtiging overgelegd. Ook om die reden is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. In verzet zijn op deze punten geen argumenten aangevoerd. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van R. van der Heide als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2022. (getekend) J.C. Boeree (getekend) R. van der Heide