Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2022:914 ECLI:NL:CRVB:2022:914 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:914 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2022:914
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201640 WLZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 30 maart 2020, 19/2472 (aangevallen uitspraak) Partijen: De erven van [appellante] te [woonplaats] (appellante) Stichting Zorgkantoor Menzis (Menzis) Datum uitspraak: 21 april 2022 PROCESVERLOOP De Raad heeft het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van 29 juli 2021 gegrond verklaard. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen 8:55 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:914 · Centrale Raad van Beroep: De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen 8:55 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201640 WLZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 30 maart 2020, 19/2472 (aangevallen uitspraak) Partijen: De erven van [appellante] te [woonplaats] (appellante) Stichting Zorgkantoor Menzis (Menzis) Datum uitspraak: 21 april 2022 PROCESVERLOOP De Raad heeft het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van 29 juli 2021 gegrond verklaard. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen 8:55 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Met de brief van 10 januari 2022 heeft de Raad aan A.G. Zirak, gemachtigde van appellante, gevraagd wat hij met de procedure nog wil bereiken en wat het procesbelang is. Het hoger beroep is behandeld ter zitting van 10 maart 2022. Namens appellante was A.G. Zirak, samen met zijn dochter die heeft geholpen bij de vertaling van de zitting, door middel van een videoverbinding bij de zitting aanwezig. Menzis is niet verschenen. OVERWEGINGEN Vaststaat dat [appellante] is overleden. A.G. Zirak heeft verklaard dat hij geen erfgenaam is en dat er ook geen erfgenamen van [appellante] zijn.

Ook is er niet gebleken van een belang bij voorzetting van de procedure. Gelet hierop is gebleken dat er geen belang meer bestaat om het hoger beroep te beoordelen en de Raad van oordeel is dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van R. van der Heide als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2022. (getekend) J.C.

Boeree (getekend) R. van der Heide