ECLI:NL:CRVB:2022:728 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedDatum uitspraak: 24 maart 2022 21/1403 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 maart 2021, 20/752 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke socialedienst Brunssum Onderbanken Landgraaf (dagelijks bestuur) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 7 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CRVB:2022:728 · Centrale Raad van Beroep: Datum uitspraak: 24 maart 2022 21/1403 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 maart 2021, 20/752 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke socialedienst Brunssum Onderbanken Landgraaf (dagelijks bestuur) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 7 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard.
Full text
Datum uitspraak: 24 maart 2022 21/1403 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 maart 2021, 20/752 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke socialedienst Brunssum Onderbanken Landgraaf (dagelijks bestuur) PROCESVERLOOP De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 7 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard.
Dit betekent dat de Raad het hoger beroep niet in behandeling kan nemen. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikel 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Namens appellant heeft mr. R.R.F.J. Palmen verzet ingediend. Het verzet is behandeld op de zitting van 10 februari 2022. Namens appellant heeft mr. Palmen via een videoverbinding deelgenomen aan de zitting. Het dagelijks bestuur is niet verschenen. OVERWEGINGEN De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 7 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft de gemachtigde van appellant aangegeven dat het griffierecht niet is betaald door een administratieve fout van zijn kantoor. Er is zowel bij de eerste nota als bij de herinnering een menselijke fout gemaakt. De Raad stelt vast dat de verklaringen van de gemachtigde van appellant niet kunnen leiden tot een gegrondverklaring van het verzet. De gemachtigde van appellant heeft van de Raad voor betaling van het griffierecht zowel een nota als een herinnering ontvangen. Niet of niet tijdig betalen door een administratieve fout van de gemachtigde van appellant komt volledig voor rekening en risico van appellant.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2022. (getekend) J.C. Boeree (getekend) E.X.R. Yi