Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2022:726 ECLI:NL:CRVB:2022:726 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:726 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2022:726
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 17 maart 2022 20/4459 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 8 september 2020, 19/2012 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen (college) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om veroordeling tot vergoeding van schade.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:726 · Centrale Raad van Beroep: Datum uitspraak: 17 maart 2022 20/4459 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 8 september 2020, 19/2012 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen (college) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om veroordeling tot vergoeding van schade.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 17 maart 2022 20/4459 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 8 september 2020, 19/2012 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen (college) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om veroordeling tot vergoeding van schade.

OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij brief van 20 juli 2021 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 131,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij aangetekende brief van 16 november 2021 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad.

Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden. Op 7 december 2021 is de brief van 16 november 2021 bij de Raad retour ontvangen onder vermelding van “niet afgehaald”. De Raad heeft met de brief van 8 december 2021 voornoemde brief naar appellant verzonden met de mededeling dat er geen nieuwe termijn is gaan lopen. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Dit betekent dat de Raad niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden en het verzoek om schadevergoeding. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2022. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) K.R. van Renswoude Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.