Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2022:615 ECLI:NL:CRVB:2022:615 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:615 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2022:615
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

20807 PW-PV, 20/808 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 januari 2020, 19/2986 en 19/5076 (aangevallen uitspraak) Partijen: de erven van [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college) Datum uitspraak: 15 maart 2022 Zitting heeft: J.L. Boxum Griffier: B. Beerens De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 15 maart 2022. Partijen zijn niet verschenen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:615 · Centrale Raad van Beroep: Boxum Griffier: B. Beerens De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 15 maart 2022. Partijen zijn niet verschenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20807 PW-PV, 20/808 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 januari 2020, 19/2986 en 19/5076 (aangevallen uitspraak) Partijen: de erven van [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college) Datum uitspraak: 15 maart 2022 Zitting heeft: J.L. Boxum Griffier: B. Beerens De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 15 maart 2022. Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. De beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen. Bij e-mailbericht van 11 maart 2022 is namens het college medegedeeld dat het voorstel is gedaan om het resterende terugvorderingsbedrag van € 3.839,70 kwijt te schelden. Bij e-mailbericht van 14 maart 2022 heeft de gemachtigde van appellant medegedeeld dat hij van de erven van zijn client vernam dat zij kunnen instemmen met het voorstel van het college. Voorts vermeldt de gemachtigde dat zijn client afstand doet van zijn recht op terugbetaling van reeds betaalde gelden, dat partijen aldus beiden afstand doen van hun vorderingen tegen finale kwijting over en weer, dat het gevolg van bovenstaande is dat geen van partijen nog een geldelijk belang heeft in het voortzetten van de procedure en dat zijn cliënt in beide procedures niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden.

De gemachtigde vraagt niet-ontvankelijkheid uit te spreken op bovengenoemde gronden. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) B. Beerens (getekend) J.L. Boxum