Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2022:494 ECLI:NL:CRVB:2022:494 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:494 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2022:494
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

19/3866 AW-R, 19/3873 AW-R Datum uitspraak: 3 maart 2022 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 november 2021, 19/3866 AW en 19/3873 AW Partijen: [naam] te [woonplaats] het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 4 november 2021 een kennelijke fout bevat. Het betreft het ontbreken van de bepaling in de beslissing dat van het college een griffierecht van € 519,- wordt geheven. De Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen van de Raad de uitspraak te verbeteren.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:494 · Centrale Raad van Beroep: Het betreft het ontbreken van de bepaling in de beslissing dat van het college een griffierecht van € 519,- wordt geheven. De Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen van de Raad de uitspraak te verbeteren.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

19/3866 AW-R, 19/3873 AW-R Datum uitspraak: 3 maart 2022 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 november 2021, 19/3866 AW en 19/3873 AW Partijen: [naam] te [woonplaats] het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 4 november 2021 een kennelijke fout bevat. Het betreft het ontbreken van de bepaling in de beslissing dat van het college een griffierecht van € 519,- wordt geheven. De Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen van de Raad de uitspraak te verbeteren.

Partijen hebben niet gereageerd binnen de daartoe in de brief van 22 december 2021 gestelde termijn van vier weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen verbetering. OVERWEGINGEN Ten onrechte is in de beslissing niet opgenomen dat van het college een griffierecht wordt geheven van € 519,-. Aan de beslissing van de uitspraak van 4 november 2021 dient daarom de volgende bepaling te worden toegevoegd: - bepaalt dat van het college een griffierecht wordt geheven van € 519,-.

Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 4 november 2021, 19/3866 AW en 19/3873 AW, als in de overwegingen is weergegeven. Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput als voorzitter en H. Lagas en J.T.H. Zimmerman als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2022. (getekend) J.J.T. van den Corput (getekend) P.W.J.

Hospel