ECLI:NL:CRVB:2022:486 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedDatum uitspraak: 22 februari 2022 19/2457 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 mei 2019, 19/461 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.L.A.M. van Os, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 10 september 2021 heeft het college de Raad meegedeeld dat de vordering op appellante volledig is afgelost en het loonbeslag van appellante is beëindigd.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2022:486 · Centrale Raad van Beroep: J.L.A.M. van Os, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 10 september 2021 heeft het college de Raad meegedeeld dat de vordering op appellante volledig is afgelost en het loonbeslag van appellante is beëindigd.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Datum uitspraak: 22 februari 2022 19/2457 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 mei 2019, 19/461 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.L.A.M. van Os, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 10 september 2021 heeft het college de Raad meegedeeld dat de vordering op appellante volledig is afgelost en het loonbeslag van appellante is beëindigd.
Bij brief van 15 september 2021 heeft mr. Van Os namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat de vordering op appellante volledig is afgelost en het loonbeslag is beëindigd. Bij het bestreden besluit van 3 januari 2019 heeft het college onder meer het bezwaar van appellante tegen de terugvordering van de over de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 april 2017 teveel ontvangen bijstand ongegrond verklaard. Dit besluit heeft het college niet ingetrokken of herzien.
Nu het college aldus geen tegemoetkomend besluit in de zin van artikel 8:75a van de Awb heeft genomen, dient het verzoek om een proceskostenveroordeling te worden afgewezen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2022. (getekend) E.C.R. Schut (getekend) K.R. van Renswoude