Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2022:356 ECLI:NL:CRVB:2022:356 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:356 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2022:356
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het Uwv heeft bij besluit van 27 januari 2020 geweigerd appellant met ingang van 20 januari 2020 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen, omdat hij met ingang van die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij besluit van 11 juni 2020 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:356 · Centrale Raad van Beroep: 212462 WIA-PV Datum uitspraak: 3 februari 2022 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 juni 2021, 20/7586 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Zitting heeft: T. Dompeling Griffier: V.M. Candelaria Ter zitting zijn verschenen: namens appellant mr. B.B.A. Willering, advocaat. Het Uwv heeft zich door middel van beeldbellen laten vertegenwoordigen door drs. M.P.W.M. Wiertz. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

212462 WIA-PV Datum uitspraak: 3 februari 2022 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 juni 2021, 20/7586 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Zitting heeft: T. Dompeling Griffier: V.M. Candelaria Ter zitting zijn verschenen: namens appellant mr. B.B.A. Willering, advocaat. Het Uwv heeft zich door middel van beeldbellen laten vertegenwoordigen door drs. M.P.W.M. Wiertz. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Het Uwv heeft bij besluit van 27 januari 2020 geweigerd appellant met ingang van 20 januari 2020 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen, omdat hij met ingang van die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij besluit van 11 juni 2020 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant – kortgezegd – zijn in beroep ingenomen standpunt gehandhaafd dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn voetklachten. Verder vindt appellant het onbegrijpelijk dat hem met ingang van 20 januari 2020 geen WIA-uitkering is toegekend en per 24 maart 2021 wel. 4.1. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak afdoende gemotiveerd waarom deze gronden niet slagen. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden onderschreven. Appellant heeft ook in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht die aanleiding geven te twijfelen aan de voor appellant vastgestelde belastbaarheid. De rechtbank heeft terecht overwogen dat op 24 maart 2021 sprake was van een andere situatie aangezien de operatie die appellant toen moest ondergaan en de daarmee gemoeide hersteltijd reden was om toen een WIA-uitkering toe te kennen. 4.2. Het hoger beroep slaagt niet.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter (getekend) V.M. Candelaria (getekend) T. Dompeling Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep