Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2022:334 ECLI:NL:CRVB:2022:334 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2022:334 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2022:334
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 10 februari 2022 19/3965 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 27 februari 2019, (ECLI:NL:CRVB:2019:699) heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 februari 2017 vernietigd, het beroep tegen het besluit van 14 december 2015 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2022:334 · Centrale Raad van Beroep: Datum uitspraak: 10 februari 2022 19/3965 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 27 februari 2019, (ECLI:NL:CRVB:2019:699) heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 februari 2017 vernietigd, het beroep tegen het besluit van 14 december 2015 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
artikel 8:75 van de Awb

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 10 februari 2022 19/3965 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 27 februari 2019, (ECLI:NL:CRVB:2019:699) heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 februari 2017 vernietigd, het beroep tegen het besluit van 14 december 2015 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Hierbij heeft de Raad het Uwv opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb bepaald dat tegen het door het Uwv nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld. Ter uitvoering van deze uitspraak heeft het Uwv het besluit van 29 juli 2019 genomen. Namens appellant heeft mr. H.K. Jap-A -Joe beroep ingesteld. Op 7 april 2021 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 11 mei 2021 heeft appellant het beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspaak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Namens appellant is het beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 7 april 2021 alsnog aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Aangezien het Uwv de gemaakte kosten in bezwaar heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep gemaakte kosten. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in beroep voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 759,-. Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2022. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander (getekend) H. Alajai GdJ