ECLI:NL:CRVB:2022:326 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedDatum uitspraak: 10 februari 2022 20/2742 TOZO-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juli 2020, 20/2889 en 20/2890 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak nietontvankelijk verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CRVB:2022:326 · Centrale Raad van Beroep: Datum uitspraak: 10 februari 2022 20/2742 TOZO-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juli 2020, 20/2889 en 20/2890 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak nietontvankelijk verklaard.
Full text
Datum uitspraak: 10 februari 2022 20/2742 TOZO-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juli 2020, 20/2889 en 20/2890 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak nietontvankelijk verklaard.
Dit betekent dat de Raad het hoger beroep niet in behandeling kan nemen. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Appellant heeft verzet gedaan. OVERWEGINGEN De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 30 november 2021 nietontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald. In verzet is gebleken dat appellant tijdig een beroep op betalingsonmacht heeft gedaan. Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 30 november 2021 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2022. (getekend) J.C. Boeree (getekend) K.R. van Renswoude