ECLI:NL:CRVB:2022:2834 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedDatum uitspraak: 23 december 2022 22/864 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2022, 20/6797 ZW (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) [Naam B.V.] te [vestigingsplaats] (betrokkene) [Naam ex-werknemer] te [woonplaats] (ex-werknemer) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Bij brief van 25 augustus 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2022:2834 · Centrale Raad van Beroep: Bij brief van 25 augustus 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Datum uitspraak: 23 december 2022 22/864 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2022, 20/6797 ZW (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) [Naam B.V.] te [vestigingsplaats] (betrokkene) [Naam ex-werknemer] te [woonplaats] (ex-werknemer) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Bij brief van 25 augustus 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. K. Gomes verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep. Appellant heeft bij brief van 10 oktober 2022 meegedeeld geen verweer te voeren tegen de verzochte proceskostenveroordeling. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN In artikel 8:118, eerste lid, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een verweerschrift). BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-. Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2022. (getekend) F.M.
Rijnbeek (getekend) H. Alajai