Legislator Case Law & Legislation
04/5449 ANW ECLI:NL:CRVB:2005:AT5811 AI generated

04/5449 ANW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/5449 ANW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

04/5449 ANW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 14 december 2004 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2004, reg.nr. 04/663 ANW, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb; 04/5449 ANW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 14 december 2004 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2004, reg.nr. 04/663 ANW, niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:54 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
04/5449 ANW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
artikel 8:54 van de Awb
ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 14 december 2004 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2004, reg.nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

04/5449 ANW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 14 december 2004 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2004, reg.nr. 04/663 ANW, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 29 maart 2005. Opposant is verschenen, bijgestaan door L. Jansen. Geopposeerde heeft zich - met voorafgaand bericht - niet laten vertegenwoordigen. II. MOTIVERING De uitspraak van de Raad van 14 december 2004 berust hierop, dat het hoger-beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken is ingediend en dat geen sprake is van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Vaststaat dat op 20 augustus 2004 aan partijen een afschrift van de aangevallen uitspraak is gezonden, zodat de termijn eindigde op 1 oktober 2004.

Eveneens staat vast dat het hoger-beroepschrift op 5 oktober 2004 bij de Raad is ontvangen en dat de enveloppe waarin het is verzonden het poststempel 4 oktober 2004 draagt. Opposant heeft verklaard dat hij het hoger-beroepschrift op 30 september 2004 heeft geschreven en dat hij heeft getracht het diezelfde dag vóór 18.00 uur te posten. Dat is echter niet gelukt, omdat twee zich in de buurt bevindende brievenbussen tijdelijk gesloten bleken, als gevolg waarvan hij pas na 18.00 uur de enveloppe met het hoger-beroepschrift in een wel geopende brievenbus heeft kunnen deponeren.

De Raad is van oordeel dat deze enkele verklaring van opposant niet toereikend is om aan te nemen dat het hoger-beroepschrift op 30 september 2004, en daarmee - nog - binnen de termijn, ter post is bezorgd. Daarmee is gegeven dat het niet tijdig is ingediend. Van gronden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten is de Raad niet gebleken. Uit het voorgaande volgt dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons als voorzitter en mr. C. van Viegen en mr. J.J.A. Kooijman als leden, in tegenwoordigheid van S.W.H. Peeters als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2005. (get.) Th.G.M. Simons. (get.) S.W.H. Peeters.