Legislator Case Law & Legislation
04/3857 WW ECLI:NL:CRVB:2005:AT5200 AI generated

04/3857 WW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/3857 WW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/3857 WW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant is op bij beroepschrift aangegeven gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag onder dagtekening 25 mei 2004 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 03/3869 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 23 februari 2005, waar partijen niet zijn verschenen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht; 04/3857 WW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant is op bij beroepschrift aangegeven gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag onder dagtekening 25 mei 2004 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 03/3869 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 23 februari 2005, waar partijen niet zijn verschenen.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/3857 WW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant is op bij beroepschrift aangegeven gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag onder dagtekening 25 mei 2004 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 03/3869 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 23 februari 2005, waar partijen niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING Bij besluit van 17 juni 2003 heeft gedaagde appellant meegedeeld dat hij vanaf 9 juni 2003 geen recht meer heeft op uitkering, omdat hij niet langer werkloos is. Bij besluit op bezwaar van 29 augustus 2003 (het bestreden besluit) heeft gedaagde het bezwaar van appellant tegen het besluit van 17 juni 2003 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De bezwaren van appellant zijn gericht tegen het ontbreken van de mogelijkheid om rechtens opneembare vakantiedagen met behoud van uitkering binnen een werkloosheidsperiode over meerdere kalenderjaren onderling te kunnen compenseren.

De Raad stelt echter vast dat het besluit van 17 juni 2003 niet ziet op vaststelling van (niet-genoten) vakantiedagen of de nabetaling daarvan doch slechts ziet op de beëindiging van de WW-uitkering van appellant per 9 juni 2003 in verband met de aanvang van werkzaamheden. Reeds hierom kunnen de door appellant met betrekking tot de (niet-genoten) vakantiedagen aangevoerde bezwaren geen doel treffen en heeft gedaagde deze bij het bestreden besluit terecht ongegrond verklaard. Gelet op het vorenoverwogene kan het bestreden besluit in stand blijven en komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus gewezen door mr. H.G. Rottier in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier en uitgesproken in het openbaar op 6 april 2005. (get.) H.G. Rottier (get.) P. Boer