Legislator Case Law & Legislation
04/5941 NABW ECLI:NL:CRVB:2005:AT4466 AI generated

04/5941 NABW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/5941 NABW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/5941 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 september 2004, reg.nr. 04/995. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellant niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.B.M.

Legislator headnote

AI generated

04/5941 NABW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 september 2004, reg.nr. 04/995. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellant niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.B.M.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/5941 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 september 2004, reg.nr. 04/995. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellant niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.B.M.

Stavenuiter, werkzaam bij de gemeente Ede. II. MOTIVERING Appellant heeft bij brief gedateerd 29 april 2004, blijkens het poststempel op de enveloppe ter post bezorgd op 9 mei 2004 en ter griffie van de rechtbank ontvangen op 11 mei 2004, beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van gedaagde ingevolge de Algemene bijstandswet van 18 maart 2004. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens, niet-verschoonbare, overschrijding van de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift.

Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat appellant in onvoldoende mate heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van zijn psychische klachten buiten staat is geweest tijdig beroep in te stellen dan wel tijdig de hulp van een derde in te roepen. De Raad heeft in hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht geen grond gevonden om het oordeel van de rechtbank onjuist te achten. De Raad onderschrijft de door de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag gelegde overwegingen geheel. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2005. (get.) Th.G.M. Simons. (get.) L. Jörg.