Legislator Case Law & Legislation
04/2634 WAO ECLI:NL:CRVB:2005:AT3613 AI generated

04/2634 WAO · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/2634 WAO
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/2634 WAO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: mr. drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, beweerdelijk gemachtigde van [opposant] te [vestigingsplaats], opposant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Mr. drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, heeft namens [opposant] te [vestigingsplaats] hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem (reg. nr. AWB 03/1919) tussen partijen gegeven uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht; 04/2634 WAO · Centrale Raad van Beroep: drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, beweerdelijk gemachtigde van [opposant] te [vestigingsplaats], opposant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Mr. drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, heeft namens [opposant] te [vestigingsplaats] hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem (reg. nr. AWB 03/1919) tussen partijen gegeven uitspraak.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/2634 WAO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/2634 WAO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: mr. drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, beweerdelijk gemachtigde van [opposant] te [vestigingsplaats], opposant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Mr. drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, heeft namens [opposant] te [vestigingsplaats] hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem (reg. nr. AWB 03/1919) tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 17 augustus 2004, welke op 20 augustus 2004 aan partijen is verzonden, heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de verlangde machtiging niet tijdig was ingediend. Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 23 februari 2005, waar partijen - geopposeerde met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

Na verzet is de Raad tot de conclusie gekomen dat aan dit wettelijk voorschrift is voldaan. Het procesdossier van de rechtbank Arnhem, door de Raad ontvangen op 24 mei 2004, bevat een proces-machtiging voor de bezwaarschriftprocedure en eventueel volgende beroepsprocedures. Gezien het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid onder c van de Awb gegrond te verklaren. Gelet op artikel 8:55, zevende lid van de Awb vervalt de uitspraak waartegen verzet is ingesteld en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet gegrond. Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A. van Netten als griffier en uitgesproken in het openbaar op 6 april 2005. (get.) Ch. van Voorst. (get.) A. van Netten.