Legislator Case Law & Legislation
04/1225 WUBO ECLI:NL:CRVB:2005:AT3299 AI generated

04/1225 WUBO · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/1225 WUBO
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/1225 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 28 november 2003, kenmerk JZ/Z60/2003, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 04/1225 WUBO · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 28 november 2003, kenmerk JZ/Z60/2003, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 van de Awb
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, inzake de proceskosten.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/1225 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 28 november 2003, kenmerk JZ/Z60/2003, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak is namens opposante verzet gedaan bij brief van 7 juli 2004. Dit verzetschrift is aangevuld bij schrijven van 16 juli 2004. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 3 februari 2005. Daar is opposante niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen opposante in verzet aanvoert de Raad niet leidt tot het oordeel dat zij door het te laat indienen van haar beroepschrift niet in verzuim is geweest.

De door opposante aangegeven redenen, te weten dat zij depressief is geworden nadat zij de beslissing had doorgenomen alsmede angst heeft voor instanties te moeten verschijnen, hebben de Raad niet tot een ander oordeel gebracht. Niet is gebleken van gegevens waaruit valt af te leiden dat opposante de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepschrift in te dienen dan wel door een derde in te laten dienen. Uit het voorgaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard. Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, inzake de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2005. (get.) G.L.M.J. Stevens. (get.) J.P. Schieveen.