Legislator Case Law & Legislation
04/97 WAO ECLI:NL:CRVB:2005:AT3070 AI generated

04/97 WAO · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/97 WAO
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/97 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), appellant, en [gedaagde], gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 5 december 2003 onder kenmerk 03/1267 door de rechtbank Rotterdam gewezen uitspraak. Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 10 maart 2005, waar namens appellant is verschenen mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht; 04/97 WAO · Centrale Raad van Beroep: De tegen dit oordeel in hoger beroep gerichte grond slaagt. Hiervoor verwijst de Raad naar zijn tussen partijen gewezen uitspraak van 4 december 2003, LJN: AO0381. De aangevallen uitspraak kan dan ook geen stand houden. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep alsnog ongegrond. Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2005. (get.) R.C.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht
De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/97 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), appellant, en [gedaagde], gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 5 december 2003 onder kenmerk 03/1267 door de rechtbank Rotterdam gewezen uitspraak. Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 10 maart 2005, waar namens appellant is verschenen mr.

B.J. Beelen, werkzaam bij het Uwv, terwijl gedaagde zich niet heeft doen vertegenwoordigen. II. MOTIVERING Appellant heeft bij het besluit van 19 maart 2003 zijn standpunt gehandhaafd dat voor gedaagde de gedifferentieerde premie voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor het premiejaar 2003 5,32% bedraagt. De hoogte van deze gedifferentieerde premie is blijkens de gedingstukken gebaseerd op de in het jaar 2001 ten behoeve van de ex-werkneemster [naam ex-werkneemster] betaalde uitkering ingevolge de WAO. De rechtbank heeft het beroep van gedaagde tegen het bestreden besluit gegrond verklaard onder de overweging dat artikel 87e van de WAO zich niet verzet tegen een beoordeling in bezwaar of beroep van de juistheid van de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.

De tegen dit oordeel in hoger beroep gerichte grond slaagt. Hiervoor verwijst de Raad naar zijn tussen partijen gewezen uitspraak van 4 december 2003, LJN: AO0381. De aangevallen uitspraak kan dan ook geen stand houden. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep alsnog ongegrond. Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2005. (get.) R.C.

Schoemaker. (get.) M. Renden.