Legislator Case Law & Legislation
04/3846 WUBO ECLI:NL:CRVB:2005:AS8821 AI generated

04/3846 WUBO · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/3846 WUBO
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/3846 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 23 september 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 28 mei 2004, onder nummer JZ/L80/2004, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 04/3846 WUBO · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 23 september 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 28 mei 2004, onder nummer JZ/L80/2004, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 van de Awb
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/3846 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 23 september 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 28 mei 2004, onder nummer JZ/L80/2004, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak is door opposant verzet gedaan bij brief van 2 november 2004. Het verzetschrift is op 4 november 2004 ter griffie van de Raad ontvangen. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposant in persoon verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat opposant in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. Hiertoe heeft de Raad overwogen dat de redenen die namens opposant in het verzetschrift en ter zitting zijn aangevoerd, te weten dat hij het beroepschrift op 9 juli 2004 vóór 18.00 uur ter post heeft bezorgd, geen grond bevat die afbreuk doet aan de uitspraak waartegen opposant verzet doet.

Daartoe neemt de Raad in aanmerking dat, nu er geen ander verzendbewijs is, voor de vraag of het beroepschrift tijdig is ingediend, de postdatumstempel - van 11 juli 2004 - bepalend is. Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005. (get.) C.G.

Kasdorp. (get.) J.P. Schieveen. HD 17.01