Legislator Case Law & Legislation
04/1277 WUV ECLI:NL:CRVB:2005:AS8817 AI generated

04/1277 WUV · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/1277 WUV
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/1277 WUV U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 22 december 2003, kenmerk JZ/060/2003, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 04/1277 WUV · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 22 december 2003, kenmerk JZ/060/2003, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 van de Awb
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/1277 WUV U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 22 december 2003, kenmerk JZ/060/2003, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij schrijven van 7 juli 2004. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposant, zoals vooraf bericht, niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. Hiertoe heeft de Raad overwogen dat de reden die door opposant in het verzetschrift is aangevoerd, te weten het wachten op zijn dossier, niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.

Voornoemde omstandigheid laat immers onverlet dat opposant had kunnen volstaan met het indienen van een summier beroepschrift waarop in een later stadium de gronden zouden volgen. Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard. Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) J.P. Schieveen. HD 17.01