Legislator Case Law & Legislation
04/3335 WUBO ECLI:NL:CRVB:2005:AS8643 AI generated

04/3335 WUBO · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/3335 WUBO
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/3335 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante, en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 12 augustus 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 29 april 2004, kenmerk JZ/A60/2004, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 04/3335 WUBO · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 12 augustus 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 29 april 2004, kenmerk JZ/A60/2004, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 van de Awb
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/3335 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante, en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 12 augustus 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 29 april 2004, kenmerk JZ/A60/2004, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak is door opposante verzet gedaan bij brief van 24 september 2004. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposante in persoon verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. Hiertoe overweegt de Raad dat de door opposante aangegeven redenen, te weten dat zij niet in staat is geweest tot het indienen van een beroepschrift en haar vertrouwensman in het buitenland verbleef, niet kunnen leiden tot het oordeel dat opposante niet in verzuim is geweest.

Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat niet is komen vast te staan dat opposante (om medische redenen) buiten staat is geweest tot het tijdig indienen van een beroepschrift. Voorts had opposante, bij afwezigheid van haar vertrouwensman, een derde kunnen inschakelen ten einde zorg te dragen voor het tijdig indienen van een summier beroepschrift waarna de vertrouwensman na zijn terugkeer de gronden van het beroep had kunnen aanvullen. Uit het voorgaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard. Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

Gezien het door eiseres ter zitting van de Raad uitdrukkelijke gedane verzoek en met instemming van de vertegenwoordiger van geopposeerde, zal het beroepschrift aan geopposeerde worden toegezonden met het verzoek dit in behandeling te nemen als een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr.

C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) J.P. Schieveen. HD 17.01