Legislator Case Law & Legislation
04/1588 TW ECLI:NL:CRVB:2005:AS8635 AI generated

04/1588 TW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/1588 TW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

04/1588 TW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Amsterdam op 11 december 2003, kenmerk AWB 02/2998 TW, tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 13 augustus 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroepschrift niet binnen de daartoe geldende termijn bij de Raad is ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 04/1588 TW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Amsterdam op 11 december 2003, kenmerk AWB 02/2998 TW, tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 13 augustus 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroepschrift niet binnen de daartoe geldende termijn bij de Raad is ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
04/1588 TW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
artikel 8:55 van de Awb
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van de Awb ongegrond te worden verklaard.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

04/1588 TW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Amsterdam op 11 december 2003, kenmerk AWB 02/2998 TW, tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 13 augustus 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroepschrift niet binnen de daartoe geldende termijn bij de Raad is ingediend.

Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend gedateerd 9 september 2004. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 17 december 2004. Partijen zijn niet verschenen. II. MOTIVERING In het verzetschrift heeft opposant wederom aangevoerd dat hij de uitspraak van de rechtbank Amsterdam pas laat heeft mogen ontvangen. Hetgeen door opposant in verzet is aangevoerd, is in feite een herhaling van hetgeen opposant reeds eerder als reden voor de termijnoverschrijding had aangevoerd en vormt naar het oordeel van de Raad onvoldoende grond om het verzuim van opposant te verontschuldigen en de Raad tot een ander oordeel te leiden dan is neergelegd in zijn uitspraak van 13 augustus 2004.

Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van de Awb ongegrond te worden verklaard. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2005. (get.) J.

Janssen. (get.) J.E. Meijer. MH