Legislator Case Law & Legislation
03/6297 CSV ECLI:NL:CRVB:2005:AS6284 AI generated

03/6297 CSV · Centrale Raad van Beroep

Case Number 03/6297 CSV
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/6297 CSV U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Namens appellant is door mr. drs. R. van Gelder, advocaat te Voorschoten, hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 21 november 2003, onder kenmerk 02/2789, door de rechtbank ’s-Gravenhage gewezen uitspraak. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 3 februari 2005, waar appellant niet is verschenen, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht; 03/6297 CSV · Centrale Raad van Beroep: Zwanink, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING De Raad verwijst voor een overzicht van de feiten naar hetgeen in de aangevallen uitspraak is vermeld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat gedaagde terecht en op goede gronden appellant met toepassing van artikel 16d, eerste, tweede en vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de door [naam B.V.] verschuldigde premies en boetes over de jaren 1996 en 1997. De Raad stelt vast dat de in hoger beroep van de kant van appellant aangevoerde bezwaren in essentie een herhaling zijn van hetgeen in het geding in eerste aanleg is aangevoerd.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/6297 CSV U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Namens appellant is door mr. drs. R. van Gelder, advocaat te Voorschoten, hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 21 november 2003, onder kenmerk 02/2789, door de rechtbank ’s-Gravenhage gewezen uitspraak. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 3 februari 2005, waar appellant niet is verschenen, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr.

W. Zwanink, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING De Raad verwijst voor een overzicht van de feiten naar hetgeen in de aangevallen uitspraak is vermeld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat gedaagde terecht en op goede gronden appellant met toepassing van artikel 16d, eerste, tweede en vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de door [naam B.V.] verschuldigde premies en boetes over de jaren 1996 en 1997. De Raad stelt vast dat de in hoger beroep van de kant van appellant aangevoerde bezwaren in essentie een herhaling zijn van hetgeen in het geding in eerste aanleg is aangevoerd.

Nieuwe gezichtspunten zijn van de kant van appellant niet naar voren gebracht. De Raad is van oordeel dat de bezwaren van appellant niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit en overweegt in dit verband dat hij de overwegingen die de rechtbank aan de aangevallen uitspraak ten grondslag heeft gelegd, tot de zijne maakt. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Beslist wordt als volgt. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2005. (get.) R.C. Stam. (get.) R.E. Lysen.