Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2005:AS5274 ECLI:NL:CRVB:2005:AS5274 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2005:AS5274 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2005:AS5274
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/5581 WW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. INLEIDING Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ‘s-Gravenhage op 26 juli 2004 tussen partijen gegeven uitspraak, kenmerk AWB 04/79 WW. Deze uitspraak is op 27 juli 2004 in afschrift aan partijen toegezonden.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2005:AS5274 · Centrale Raad van Beroep: I. INLEIDING Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ‘s-Gravenhage op 26 juli 2004 tussen partijen gegeven uitspraak, kenmerk AWB 04/79 WW. Deze uitspraak is op 27 juli 2004 in afschrift aan partijen toegezonden.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht
MOTIVERING Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/5581 WW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. INLEIDING Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ‘s-Gravenhage op 26 juli 2004 tussen partijen gegeven uitspraak, kenmerk AWB 04/79 WW. Deze uitspraak is op 27 juli 2004 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 7 oktober 2004 ter griffie ontvangen. Het is blijkens de poststempel op de enveloppe op 6 oktober 2004 ter post bezorgd. II. MOTIVERING Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij schrijven van 8 december 2004 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellante heeft daarop bij brief van 15 december 2004, onder verwijzing naar een bijgevoegd schrijven van 15 december 2004 van M. Boninfante werkzaam bij Parnassia, Psychisch-Medisch Centrum te ’s-Gravenhage, geantwoord dat de beroepstermijn is overschreden wegens een opname in de Detox-kliniek Alcohol Jan Hein van 1 september 2005 tot en met 1 oktober 2004. Hetgeen appellante ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. De Raad overweegt daartoe dat appellante is gewezen op de beroepstermijn van zes weken, die afliep op 7 september 2004.

Het enkele feit dat appellante van 1 september 2004 tot en met 1 oktober 2004 is opgenomen geweest in voornoemde kliniek betekent niet dat zij niet een -desnoods summier- beroepschrift had kunnen (laten) indienen. Dat appellante daartoe niet staat zou zijn geweest is de Raad niet gebleken. Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2005. (get.) M.A. Hoogeveen. (get.) R.B.E. van Nimwegen. Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.