Legislator Case Law & Legislation
04/877 WUV ECLI:NL:CRVB:2005:AS4061 AI generated

04/877 WUV · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/877 WUV
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/877 WUV U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 27 mei 2004 het namens opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 28 november 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 04/877 WUV · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 27 mei 2004 het namens opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 28 november 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 van de Awb
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/877 WUV U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 27 mei 2004 het namens opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 28 november 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak is namens opposante verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 9 december 2004. Daar is opposante in persoon verschenen bijgestaan door haar raadsvrouwe mr. A. Bierenbroodspot, advocaat te Amsterdam. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door J.J.G.A Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. De Raad neemt daartoe in aanmerking dat op basis van de gedingstukken aangenomen moet worden dat het bestreden besluit op de voorgeschreven wijze aan opposante is bekendgemaakt en aan haar door de Posterijen op 1 december 2003 voor het eerst is aangeboden.

Van deze aanbieding is bericht achtergelaten, op welk bericht opposante geen aktie heeft ondernomen. Het gegeven dat bij de tweede verzending van het bestreden besluit op 31 december 2003 door geopposeerde niet is vermeld dat de beroepstermijn zou eindigen op 9 januari 2004 kan opposante niet disculperen nu zodanige vermelding niet krachtens de Awb is voorgeschreven. De namens opposante naar voren gebrachte stelling dat geopposeerde een op 10 december 2003 door opposante ingediend inlichtingenformulier als (tijdig) beroepschrift naar de Raad had dienen door te zenden, kan de Raad niet onderschrijven, nu voor geopposeerde op geen enkele wijze kenbaar was dat dit formulier (mede) als beroep tegen het bestreden besluit moest worden opgevat.

Uit het vorenstaande volgt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest. Dit betekent dat het namens opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard. Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. H.R. Geerling-Brouwer, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2005. (get.) H.R.

Geerling-Brouwer. (get.) E. Heemsbergen.