Legislator Case Law & Legislation
04/321 AOW ECLI:NL:CRVB:2004:AS1906 AI generated

04/321 AOW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/321 AOW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

04/321 AOW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 25 november 2003 tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr.: AWB 01/3512 AOW). Bij uitspraak van 7 mei 2004, aan partijen verzonden op 12 mei 2004, heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend en niet is gebleken van redenen op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; 04/321 AOW · Centrale Raad van Beroep: In de uitspraak waarvan verzet heeft de Raad reeds overwogen dat niet op grond van een medische verklaring is komen vast te staan dat opposant buiten staat is geweest tijdig een (eventueel voorlopig) beroepschrift in te (doen) dienen. Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, onder b, van de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op artikel 8:55, zesde lid, van de Awb blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
04/321 AOW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

04/321 AOW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 25 november 2003 tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr.: AWB 01/3512 AOW). Bij uitspraak van 7 mei 2004, aan partijen verzonden op 12 mei 2004, heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend en niet is gebleken van redenen op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.

Tegen deze uitspraak is verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 12 november 2004, waar partijen – met voorafgaand bericht – niet zijn verschenen. II. MOTIVERING In het verzetschrift heeft opposant als reden voor de termijnoverschrijding aangegeven dat hij wegens ziekte het beroepschrift niet tijdig heeft kunnen indienen en niet in staat was iemand zijn zaak te laten behartigen. De Raad stelt vast dat opposant in zijn verzetschrift niets heeft aangevoerd dat kan dienen als verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.

In de uitspraak waarvan verzet heeft de Raad reeds overwogen dat niet op grond van een medische verklaring is komen vast te staan dat opposant buiten staat is geweest tijdig een (eventueel voorlopig) beroepschrift in te (doen) dienen. Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, onder b, van de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op artikel 8:55, zesde lid, van de Awb blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. K.J. Kraan als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 december 2004. (get.) J. Janssen. (get.) J.E. Meijer. MH