Legislator Case Law & Legislation
04/1045 WVG ECLI:NL:CRVB:2004:AR7514 AI generated

04/1045 WVG · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/1045 WVG
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

P R O C E S - V E R B A A L van de mondelinge uitspraak op 24 november 2004 CENTRALE RAAD VAN BEROEP meervoudige kamer Zitting heeft: mr. M.I. ‘t Hooft, als voorzitter, en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. R.H.de Bock, als leden griffier: C.H.T.W. van Rooijen 1e Zaak, reg.nr: 04/ 1045 WVG Inzake: [appellante], wonende te Amsterdam, appellante, verschenen in persoon, tegen het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde, verschenen bij gemachtigde mr. M. van der Hijden, werkzaam bij gedaagde. De rechtbank Amsterdam heeft het tegen het bestreden besluit van 13 mei 2003 ingestelde beroep bij uitspraak van 22 januari 2004, reg.nr. 03/3055 WVG, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:11 van de Awb; 04/1045 WVG · Centrale Raad van Beroep: Het oordeel van de rechtbank komt erop neer dat het beroepschrift van 27 juni 2003 niet binnen de termijn, gesteld in artikel 6:7 jo artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is ingediend. Van een reden om de termijnoverschrijding ingevolge artikel 6:11 van de Awb verschoonbaar te achten is de rechtbank niet gebleken. De Raad heeft in hetgeen door appellante in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen en het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Keywords

AI generated
artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6:11 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht
Het oordeel van de rechtbank komt erop neer dat het beroepschrift van 27 juni 2003 niet binnen de termijn, gesteld in artikel 6:7 jo artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is ingediend.
artikel 6:11 van de Awb
Van een reden om de termijnoverschrijding ingevolge artikel 6:11 van de Awb verschoonbaar te achten is de rechtbank niet gebleken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

P R O C E S - V E R B A A L van de mondelinge uitspraak op 24 november 2004 CENTRALE RAAD VAN BEROEP meervoudige kamer Zitting heeft: mr. M.I. ‘t Hooft, als voorzitter, en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. R.H.de Bock, als leden griffier: C.H.T.W. van Rooijen 1e Zaak, reg.nr: 04/ 1045 WVG Inzake: [appellante], wonende te Amsterdam, appellante, verschenen in persoon, tegen het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde, verschenen bij gemachtigde mr. M. van der Hijden, werkzaam bij gedaagde. De rechtbank Amsterdam heeft het tegen het bestreden besluit van 13 mei 2003 ingestelde beroep bij uitspraak van 22 januari 2004, reg.nr. 03/3055 WVG, niet-ontvankelijk verklaard.

Het oordeel van de rechtbank komt erop neer dat het beroepschrift van 27 juni 2003 niet binnen de termijn, gesteld in artikel 6:7 jo artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is ingediend. Van een reden om de termijnoverschrijding ingevolge artikel 6:11 van de Awb verschoonbaar te achten is de rechtbank niet gebleken. De Raad heeft in hetgeen door appellante in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen en het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

De Raad beslist daarom als volgt: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Waarvan proces-verbaal. Utrecht, 24 november 2004 De plv. griffier. De fungerend voorzitter. C.H.T.W. van Rooijen mr. M.I. ‘t Hooft Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep.