03/6009 WUBO · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedE N K E L V O U D I G E K A M E R 03/6009 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het namens opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 31 oktober 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 03/6009 WUBO · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het namens opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 31 oktober 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/6009 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het namens opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 31 oktober 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen deze uitspraak heeft de gemachtigde van opposant bij brief van 6 juli 2004 verzet gedaan. Het verzetschrift is op 7 juli 2004 ter griffie van de Raad ontvangen. Het verzet is behandeld ter zitting van 7 oktober 2004. Daar is opposant niet verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen namens opposant ter zake in het verzetschrift is aangevoerd, te weten dat er enige verwarring is ontstaan bij de betaling van het griffierecht voor drie broers, niet kan worden aangemerkt als omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
Uit het vorenstaande volgt dat het namens opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard. Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 november 2003. (get.) G.L.M.J. Stevens. (get.) J.P. Schieveen.