Legislator Case Law & Legislation
04/2425 NABW ECLI:NL:CRVB:2004:AR6100 AI generated

04/2425 NABW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/2425 NABW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/2425 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ouderkerk aan den IJssel, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van de Raad van 20 juli 2004 is het door opposante ingestelde verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Raad van 31 maart 2004, reg.nr. 02/1541 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:55 van de Awb, artikel 3:41 van de Awb, artikel 6:11 van de Awb; 04/2425 NABW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van de Raad van 20 juli 2004 is het door opposante ingestelde verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Raad van 31 maart 2004, reg.nr. 02/1541 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:55 van de Awb artikel 3:41 van de Awb artikel 6:11 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:55 van de Awb
MOTIVERING Blijkens het eerste lid van artikel 8:55 van de Awb zijn onder meer de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing op het verzet tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.
artikel 3:41 van de Awb
Onder bekendmaking op de voorgeschreven wijze dient, gelet op artikel 3:41 van de Awb, te worden verstaan toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbenden.
artikel 6:11 van de Awb
Dit betekent dat het verzet om die reden niet-ontvankelijk is, tenzij, gelet op artikel 6:11 van de Awb, redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/2425 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ouderkerk aan den IJssel, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van de Raad van 20 juli 2004 is het door opposante ingestelde verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Raad van 31 maart 2004, reg.nr. 02/1541 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet aangetekend. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 26 oktober 2004 waar partijen niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Blijkens het eerste lid van artikel 8:55 van de Awb zijn onder meer de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing op het verzet tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt derhalve zes weken, zoals onder bedoelde uitspraak is aangegeven.

Artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, bepaalt dat de termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Onder bekendmaking op de voorgeschreven wijze dient, gelet op artikel 3:41 van de Awb, te worden verstaan toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbenden. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb, is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De in rubriek I genoemde uitspraak van de Raad van 20 juli 2004 is op 26 juli 2004 aan partijen gezonden. Het tegen die uitspraak gerichte verzetschrift, gedateerd 7 september 2004, is op 8 september 2004 ter griffie van de Raad ontvangen en is blijkens de poststempel op de enveloppe op 7 september 2004 ter post bezorgd. Nu de verzetstermijn loopt van 26 juli 2004 tot en met 6 september 2004 stelt de Raad vast dat die termijn in het onderhavige geval is overschreden. Dit betekent dat het verzet om die reden niet-ontvankelijk is, tenzij, gelet op artikel 6:11 van de Awb, redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

De in het verzetschrift aangevoerde omstandigheden zijn niet van dien aard dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat opposante in verzuim is geweest. Ook overigens is de Raad niet van omstandigheden als vorenbedoeld gebleken. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. II. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr. Th.C. van Sloten, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2004. (get.) Th.C. van Sloten. (get.) L.

Jörg. JK/11114