Legislator Case Law & Legislation
03/5576 WUV ECLI:NL:CRVB:2004:AR5411 AI generated

03/5576 WUV · Centrale Raad van Beroep

Case Number 03/5576 WUV
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/5576 WUV U I T S P R A A K in het geding tussen: [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Onder dagtekening 31 oktober 2003, kenmerk JZ/S80/2003/0848, heeft verweerster ten aanzien van eiser een besluit genomen. Tegen dit besluit heeft eiser bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiser zich met het bestreden besluit niet kan verenigen. Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Awb; 03/5576 WUV · Centrale Raad van Beroep: Eiser heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt, aanvoerende dat hij het niet eens is met de korting op zijn periodieke uitkering die in de toekomst zal plaatsvinden vanwege de door zijn echtgenote, die in oktober 2003 65 jaar wordt, te ontvangen AOW-uitkering. Bij het bestreden besluit heeft verweerster eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar op de grond dat in de bestreden berekeningsbeschikking op dit punt geen beslissing is opgenomen, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van) de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/5576 WUV U I T S P R A A K in het geding tussen: [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Onder dagtekening 31 oktober 2003, kenmerk JZ/S80/2003/0848, heeft verweerster ten aanzien van eiser een besluit genomen. Tegen dit besluit heeft eiser bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiser zich met het bestreden besluit niet kan verenigen. Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is, gevoegd met het geding tussen partijen onder nummer 04/1385 WUV, behandeld ter zitting van de Raad op 16 september 2004. Daar is eiser in persoon verschenen, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING Bij berekeningsbeschikking van 31 augustus 2003 heeft verweerster (voorlopig) vastgesteld de eiser na het door hem in die maand bereiken van de 65-jarige leeftijd toekomende maandelijkse periodieke uitkering ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Eiser heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt, aanvoerende dat hij het niet eens is met de korting op zijn periodieke uitkering die in de toekomst zal plaatsvinden vanwege de door zijn echtgenote, die in oktober 2003 65 jaar wordt, te ontvangen AOW-uitkering. Bij het bestreden besluit heeft verweerster eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar op de grond dat in de bestreden berekeningsbeschikking op dit punt geen beslissing is opgenomen, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van) de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Raad acht dit standpunt van verweerster juist. Op grond van de voorhanden gegevens staat vast dat in de berekeningsbeschikking van 31 augustus 2003 nog niet is beslist over de gevolgen voor eisers periodieke uitkering vanwege het door zijn echtgenote bereiken van de 65-jarige leeftijd. Het beroep van eiser dient derhalve ongegrond te worden verklaard. De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten. Beslist wordt als volgt. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond. Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2004. (get.) G.L.M.J. Stevens. (get.) E. Heemsbergen.