Legislator Case Law & Legislation
04/3884 WUV-VV ECLI:NL:CRVB:2004:AR4454 AI generated

04/3884 WUV-VV · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/3884 WUV-VV
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

04/3884 WUV-VV U I T S P R A A K van DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP inzake het verzoek om met toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 17 van de Beroepswet in het geding tussen: [verzoeker], wonende te Bandung (Indonesië), verzoeker, beweerdelijk namens [betrokkene], wonende te Bandung (Indonesië) en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster. I. INLEIDING Bij brief van 9 juni 2004 heeft verzoeker beweerdelijk namens [betrokkene] (hierna: betrokkene) zich tot de voorzieningenrechter van de Raad gewend met een verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder andere ertoe strekkend, verweerder op te dragen alsnog een beslissing te nemen op een door betrokkene gedaan herzieningsverzoek van 30 juni 2003.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; 04/3884 WUV-VV · Centrale Raad van Beroep: Bij schrijven van 12 juli 2004 is de beslissing op bovengenoemd herzieningsverzoek, door tussenkomst van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Jakarta (Indonesië) aan betrokkene bekend gemaakt. II. MOTIVERING Ingevolge artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:24, tweede lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de Raad van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen. Bij schrijven van 23 juli 2004 is verzoeker verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging over te leggen. Verzoeker heeft deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:81 van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:81 van de Awb
Omdat verzoeker niet iemand is wiens belang rechtstreeks bij het besluit van verweerder van 12 juli 2004 is betrokken, komt hem niet de bevoegdheid toe, te verzoeken om toepassing van artikel 8:81 van de Awb.
artikel 8:75 van de Awb
Er zijn geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

04/3884 WUV-VV U I T S P R A A K van DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP inzake het verzoek om met toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 17 van de Beroepswet in het geding tussen: [verzoeker], wonende te Bandung (Indonesië), verzoeker, beweerdelijk namens [betrokkene], wonende te Bandung (Indonesië) en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster. I. INLEIDING Bij brief van 9 juni 2004 heeft verzoeker beweerdelijk namens [betrokkene] (hierna: betrokkene) zich tot de voorzieningenrechter van de Raad gewend met een verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onder andere ertoe strekkend, verweerder op te dragen alsnog een beslissing te nemen op een door betrokkene gedaan herzieningsverzoek van 30 juni 2003.

Bij schrijven van 12 juli 2004 is de beslissing op bovengenoemd herzieningsverzoek, door tussenkomst van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Jakarta (Indonesië) aan betrokkene bekend gemaakt. II. MOTIVERING Ingevolge artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:24, tweede lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de Raad van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen. Bij schrijven van 23 juli 2004 is verzoeker verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging over te leggen. Verzoeker heeft deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan.

Bij aangetekend schrijven van 23 augustus 2004 is verzoeker nogmaals de gelegenheid geboden de machtiging in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is hij erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om een voorlopige voorziening kan leiden. Verzoeker heeft ook deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan. Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter van de Raad tot het oordeel dat verzoeker moet worden geacht voor zichzelf een verzoek om een voorlopige voorziening te hebben ingesteld.

Omdat verzoeker niet iemand is wiens belang rechtstreeks bij het besluit van verweerder van 12 juli 2004 is betrokken, komt hem niet de bevoegdheid toe, te verzoeken om toepassing van artikel 8:81 van de Awb. Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing 8:83, derde lid, van de Awb. Er zijn geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep, Verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemen wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier en uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2004. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) E. Blijleven-de Vries.