Legislator Case Law & Legislation
03/6340 WAO ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6971 AI generated

03/6340 WAO · Centrale Raad van Beroep

Case Number 03/6340 WAO
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/6340 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij besluit van 18 april 2002 heeft gedaagde geweigerd aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen. Bij besluit van 15 augustus 2002 heeft gedaagde appellants bezwaar tegen het besluit van 18 april 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht; 03/6340 WAO · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij besluit van 18 april 2002 heeft gedaagde geweigerd aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen. Bij besluit van 15 augustus 2002 heeft gedaagde appellants bezwaar tegen het besluit van 18 april 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/6340 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij besluit van 18 april 2002 heeft gedaagde geweigerd aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen. Bij besluit van 15 augustus 2002 heeft gedaagde appellants bezwaar tegen het besluit van 18 april 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Bij uitspraak van 1 december 2003, reg.nr 02/4265 WAO, heeft de rechtbank Amsterdam het beroep van appellant tegen het besluit van 15 augustus 2002 ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. In zijn beroepschrift van 8 december 2003 heeft hij vermeld op welke grond hij het niet eens is met de aangevallen uitspraak. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend, gedateerd 5 februari 2004. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 11 juni 2004, waar appellant in persoon is verschenen. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr.

E. van Hilten, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. II. MOTIVERING Appellant is het niet eens met de aangevallen uitspraak omdat daarin geen rekening is gehouden met het feit dat gedaagde heeft verzaakt hem op de hoogte te brengen van het bestaan van de mogelijkheid tot het indienen van een voorlopig bezwaar. Was deze informatie hem wel ter ore gekomen, dan was er in eerste instantie überhaupt geen sprake geweest van een overschreden bezwaartermijn, aldus appellant. Deze beroepsgrond, de enige die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, treft evenwel geen doel, reeds omdat er geen geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen beginsel bestaat op grond waarvan gedaagde gehouden was om ongevraagd informatie te geven over de mogelijkheid van het indienen van een voorlopig bezwaarschrift.

Niet gedaagde, maar appellant zelf is in verzuim geweest. Het vorenoverwogene leidt tot bevestiging van de aangevallen uitspraak. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter in tegenwoordigheid van mr. A.C.W. van Huussen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2004. (get.) J. Janssen. (get.) A.C.W. van Huussen. CVG