Legislator Case Law & Legislation
03/3167 TW ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6913 AI generated

03/3167 TW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 03/3167 TW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

03/3167 TW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [Opposant], opposant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 27 mei 2003 tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 9 januari 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; 03/3167 TW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 27 mei 2003 tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 9 januari 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
03/3167 TW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [Opposant], opposant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

03/3167 TW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [Opposant], opposant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 27 mei 2003 tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 9 januari 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Tegen deze uitspraak heeft opposant bij schrijven van 29 januari 2004 verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 28 mei 2004. Partijen zijn niet verschenen. II. MOTIVERING Opposant heeft in zijn verzetschrift aangevoerd dat hij het griffierecht op 12 december 2003 heeft overgemaakt. Als bewijsstuk heeft hij een kopie van een rekeningafschrift van de Banque Populaire te Al Hoceima meegezonden. Het griffierecht had echter betaald moeten zijn binnen acht weken na de brief van de griffier van de Raad van 9 oktober 2003, dus uiterlijk op 4 december 2003.

De Raad stelt vast dat opposant in zijn verzetschrift niets heeft aangevoerd dat kan dienen als verontschuldiging voor de te late betaling. Het verzet moet dan ook ongegrond worden verklaard. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. G.J.H. Doornewaard en mr. W.M. Levelt-Overmars als leden, in tegenwoordigheid van mr. N.E. Nijdam als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2004. (get.) J.

Janssen. (get.) N.E. Nijdam. MH