Legislator Case Law & Legislation
03/1723 ZFW ECLI:NL:CRVB:2004:AP8054 AI generated

03/1723 ZFW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 03/1723 ZFW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/1723 ZFW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante, en de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen U.A., gevestigd te Amersfoort, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 13 augustus 2003 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het namens opposante door mr. drs. J.G.C. van Schaik, juridisch adviseur en procesjurist te Velp, ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2003, reg.nr. 01/3619 ZFW, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb; 03/1723 ZFW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 13 augustus 2003 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het namens opposante door mr. drs. J.G.C. van Schaik, juridisch adviseur en procesjurist te Velp, ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2003, reg.nr. 01/3619 ZFW, niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:54 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:54 van de Awb
ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 13 augustus 2003 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het namens opposante door mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/1723 ZFW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats], opposante, en de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen U.A., gevestigd te Amersfoort, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 13 augustus 2003 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het namens opposante door mr. drs. J.G.C. van Schaik, juridisch adviseur en procesjurist te Velp, ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2003, reg.nr. 01/3619 ZFW, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft mr. drs. Van Schaik bij brief van 2 oktober 2003, aangevuld bij brief van 24 november 2003, namens opposante verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 18 mei 2004, waar opposante zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. drs. Van Schaik, en waar geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen. II. MOTIVERING De uitspraak van de Raad van 13 augustus 2003 berust hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 87,-- niet binnen de termijn van vier weken gesteld bij de - aangetekend verzonden - brief van 8 mei 2003 is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest.

In het kader van de verzetprocedure is komen vast te staan dat de aangetekend verzonden brief van 8 mei 2003 op 9 mei 2003 aan mr. drs. Van Schaik is uitgereikt. Ter zitting heeft hij dit ook uitdrukkelijk bevestigd. Mr. drs. Van Schaik heeft voor het niet binnen de gestelde termijn betalen van het griffierecht geen andere verklaring kunnen geven dan dat hij de brief van 8 mei 2003 moet zijn kwijtgeraakt. Daarin is, uiteraard, geen grond gelegen om te oordelen dat het verzuim opposante niet zou kunnen worden tegengeworpen. Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2004. (get.) Th.G.M. Simons. (get.) P.E. Broekman.