Legislator Case Law & Legislation
03/1499 AKW ECLI:NL:CRVB:2004:AP1764 AI generated

03/1499 AKW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 03/1499 AKW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

03/1499 AKW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], Marokko, opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 21 februari 2003 tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr.: AWB 01/3423 AKW). Bij uitspraak van 22 augustus 2003 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; 03/1499 AKW · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 21 februari 2003 tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr.: AWB 01/3423 AKW). Bij uitspraak van 22 augustus 2003 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
03/1499 AKW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], Marokko, opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

03/1499 AKW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], Marokko, opposant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 21 februari 2003 tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr.: AWB 01/3423 AKW). Bij uitspraak van 22 augustus 2003 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan.

Tegen deze uitspraak is verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad gehouden op 16 april 2004. Partijen zijn niet verschenen. II. MOTIVERING In de uitspraak van 22 augustus 2003, waartegen het verzet is gericht, is vermeld dat de aan opposant gestelde termijn voor het betalen van het griffierecht eindigde op 3 juni 2003. Het griffierecht is eerst op 27 augustus 2003 ter griffie van de Raad ontvangen. In verzet heeft opposant aangevoerd dat het griffierecht per internationale postwissel is voldaan maar dat het griffierecht door de Rabobank naar Marokko is teruggestort.

Vervolgens heeft opposant het griffierecht in contanten bij een aangetekende brief van 18 augustus aan de Raad doen toekomen, alwaar het blijkens het bijgevoegde ontvangst-bewijs op 27 augustus 2003 is ontvangen. De Raad stelt vast dat het griffierecht niet tijdig is voldaan. Een afschrift van de door opposant genoemde retour ontvangen postwissel heeft de Raad niet ontvangen. Aangezien opposant eerst bij een op 18 augustus 2003 aangetekend schrijven, door de Raad op 27 augustus 2003 ontvangen, het griffierecht aan de Raad heeft doen toekomen, gaat de Raad er van uit dat de betaling in elk geval niet eerder dan op 18 augustus 2003, derhalve (ruim) na de gestelde termijn, in gang is gezet.

Van omstandigheden waardoor opposant niet in staat was het griffierecht tijdig te voldoen, is de Raad niet gebleken. Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C.W. van Huussen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2004. (get.) J.

Janssen. (get.) A.C.W. van Huussen. III. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: Déclare le recours non fondé Par conséquent, décidée par M. le maître J. Janssen en qualité de président, M. le maître D.J. van der Vos et M. le maître G.J.H. Doornewaard comme membres, en présence de le maître A.C.W. van Huussen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 28 mai 2004.