Legislator Case Law & Legislation
04/1683 WAO-VV ECLI:NL:CRVB:2004:AP0945 AI generated

04/1683 WAO-VV · Centrale Raad van Beroep

Case Number 04/1683 WAO-VV
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

04/1683 WAO-VV U I T S P R A A K van DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet in het geding tussen: [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. INLEIDING Namens verzoekster heeft de heer G.D. den Hengst als gemachtigde van verzoekster bij brief van 22 maart 2004 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 februari 2004, nummers 04/102 WAO en 03/4793 WAO.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 van de Awb; 04/1683 WAO-VV · Centrale Raad van Beroep: I. INLEIDING Namens verzoekster heeft de heer G.D. den Hengst als gemachtigde van verzoekster bij brief van 22 maart 2004 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 februari 2004, nummers 04/102 WAO en 03/4793 WAO.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:81 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Namens verzoekster is in datzelfde geschrift tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
artikel 8:81 van de Awb
Vastgesteld moet worden dat niet voldaan wordt aan de zogeheten connexiteitseis die is neergelegd in artikel 8:81 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

04/1683 WAO-VV U I T S P R A A K van DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet in het geding tussen: [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. INLEIDING Namens verzoekster heeft de heer G.D. den Hengst als gemachtigde van verzoekster bij brief van 22 maart 2004 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 februari 2004, nummers 04/102 WAO en 03/4793 WAO.

Namens verzoekster is in datzelfde geschrift tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). II. MOTIVERING Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb, kan indien tegen een uitspraak van de rechtbank als omschreven in artikel 18 van de Beroepswet hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Namens verzoekster is bij brief van 22 maart 2004 hoger beroep ingesteld tegen voornoemde uitspraak. Voorwerp van dat geding was de beslissing op bezwaar van 30 oktober 2003, houdende ongegrondverklaring van het bezwaar tegen het besluit van 18 maart 2003, waarbij was geweigerd aan verzoekster met ingang van 15 november 1999 een WAO-uitkering toe te kennen. Namens verzoekster wordt een voorlopige voorziening gevraagd ter zake van het besluit van 4 november 2003 tot terugvordering van de reeds verstrekte uitkering. Tegen dit terugvorderingsbesluit is echter geen bezwaarschrift ingediend.

Vastgesteld moet worden dat niet voldaan wordt aan de zogeheten connexiteitseis die is neergelegd in artikel 8:81 van de Awb. Hoewel voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de Raad tot het treffen van een voorlopige voorziening voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, dient deze voorwaarde aldus te worden verstaan dat aan de connexiteitseis ook in materiële zin moet worden voldaan, dat wil zeggen dat de gevraagde voorlopige voorziening betrekking moet hebben op het connexe -bestreden- besluit. Aangezien het hoger beroep ziet op toekenning van een WAO-uitkering en het verzoek om voorlopige voorziening ziet op terugvordering van de reeds verstrekte uitkering heeft het verzoek geen betrekking op het bestreden besluit.

Aangezien er tegen het terugvorderingsbesluit van 4 november 2003 geen bezwaarschrift is ingediend, is er geen sprake van een connexe hoofdzaak over de terugvordering. Het vorenstaande leidt er toe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennenlijk niet-ontvankelijk is, zodat de voorzieningenrechter onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak zal doen. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat ten slotte geen aanleiding. III. BESLISSING De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep, Verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen, in tegenwoordigheid van E. Blijleven- de Vries als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2004. (get.) J. Janssen. (get.) E. Blijleven- de Vries. JvS 1205