Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2004:AO9726 ECLI:NL:CRVB:2004:AO9726 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2004:AO9726 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2004:AO9726
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 01/5588 ALGEM 01/5589 ALGEM U I T S P R A A K in het geding tussen: mr. B. Munnike, beweerdelijk optredend namens [appellant] te [vestigingsplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv).

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CRVB:2004:AO9726 · Centrale Raad van Beroep: Desgevraagd gaat ook gedaagde er vanuit dat [appellant] niet meer bestaat. Gelet op het vorenstaande en in aanmerking nemende dat gesteld noch gebleken is van enig persoonlijk belang van appellant bij het door hem ingestelde hoger beroep, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 01/5588 ALGEM 01/5589 ALGEM U I T S P R A A K in het geding tussen: mr. B. Munnike, beweerdelijk optredend namens [appellant] te [vestigingsplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv).

In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Appellant, advocaat te IJmuiden, is op bij beroepschrift (met bijlagen) van 17 oktober 2001 aangevoerde gronden namens de [appellant] (hierna: [appellant]) in hoger beroep gekomen van een tussen [appellant] en gedaagde gewezen uitspraak van de rechtbank Haarlem van 31 augustus 2001. Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 11 december 2001, ingediend. Bij brief van 17 februari 2004 (met bijlagen) heeft appellant de Raad laten weten dat, gelet op de ontbinding van de rechtspersoon [appellant] per 23 november 1998, hij ten onrechte heeft gemeend nog voor [appellant] te kunnen optreden.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 4 maart 2004, waar appellant niet is verschenen en waar voor gedaagde zijn verschenen mr. R.P. Bourne en P.R.H. Min, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING Het door appellant in zijn hiervoor vermelde brief van 17 februari 2004 gestelde wordt bevestigd door het daarbij gevoegde uittreksel uit het handelsregister. Dit uittreksel vermeldt dat op 4 december 1998 is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon met ingang van 23 november 1998 is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn.

Desgevraagd gaat ook gedaagde er vanuit dat [appellant] niet meer bestaat. Gelet op het vorenstaande en in aanmerking nemende dat gesteld noch gebleken is van enig persoonlijk belang van appellant bij het door hem ingestelde hoger beroep, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr.

G. van der Wiel in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier en uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2004. (get.) G. van der Wiel (get.) A. Kovács