Legislator Case Law & Legislation
01/6529 NABW ECLI:NL:CRVB:2004:AO9039 AI generated

01/6529 NABW · Centrale Raad van Beroep

Case Number 01/6529 NABW
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 01/6529 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht inzake de kosten van het geding tussen: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde. I. INLEIDING Namens verzoeker heeft mr. Th.M. van Angeren, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam van 7 november 2001 tussen partijen gegeven uitspraak. Gedaagde heeft op 27 februari 2002 een verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; 01/6529 NABW · Centrale Raad van Beroep: I. INLEIDING Namens verzoeker heeft mr. Th.M. van Angeren, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam van 7 november 2001 tussen partijen gegeven uitspraak. Gedaagde heeft op 27 februari 2002 een verweerschrift ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:75 van de Awb
Gelet op het vorenstaande acht de Raad termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75 van de Awb, en gedaagde in de kosten te veroordelen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 01/6529 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht inzake de kosten van het geding tussen: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde. I. INLEIDING Namens verzoeker heeft mr. Th.M. van Angeren, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam van 7 november 2001 tussen partijen gegeven uitspraak. Gedaagde heeft op 27 februari 2002 een verweerschrift ingediend.

Bij schrijven van 30 januari 2004 heeft de Raad de gemachtigde van verzoeker verzocht aan te geven of er belang is bij de voortzetting van het hoger beroep, waarop bij schrijven van 2 februari 2004 het ingestelde hoger beroep is ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad is verzocht gedaagde in de proceskosten te veroordelen. Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting. II. MOTIVERING Artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet zijn voormelde artikelen op het hoger beroep van overeenkomstige toepassing. De Raad stelt vast dat de gemachtigde van verzoeker het hoger beroep heeft ingetrokken omdat gezien het nieuwe besluit dat gedaagde op 23 juli 2002 heeft genomen er geen belang meer is bij het voortzetten van de hoger beroepsprocedure. Gedaagde heeft de Raad doen weten geen verweer te voeren terzake van de gevraagde proceskostenveroordeling. Gelet op het vorenstaande acht de Raad termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75 van de Awb, en gedaagde in de kosten te veroordelen.

Die kosten dienen aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht gesteld te worden op € 644,-- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter terechtzitting) aan verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 322,-- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift) aan verleende rechtsbijstand in hoger beroep, totaal derhalve € 966,--. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag groot € 966,--, te betalen door de gemeente Amsterdam aan de griffier van de Raad.

Aldus gegeven door mr. Th.C. van Sloten in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 april 2004. (get.) Th.C. van Sloten. (get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.