Legislator Case Law & Legislation
00/4851 NABW-E ECLI:NL:CRVB:2003:BD9796 AI generated

00/4851 NABW-E · Centrale Raad van Beroep

Case Number 00/4851 NABW-E
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

00/4851 NABW-E E N K E L V O U D I G E K A M E R U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch, appellant, en [gedaagde], gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 22 april 2003 heeft de Raad met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Awb het door geopposeerde ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 juli 2000, reg. nrs. 99/5356 NABW en 99/5357 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb; 00/4851 NABW-E · Centrale Raad van Beroep: I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 22 april 2003 heeft de Raad met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Awb het door geopposeerde ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 juli 2000, reg. nrs. 99/5356 NABW en 99/5357 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:54 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:54 van de Awb
ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 22 april 2003 heeft de Raad met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Awb het door geopposeerde ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 juli 2000, reg.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

00/4851 NABW-E E N K E L V O U D I G E K A M E R U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch, appellant, en [gedaagde], gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van 22 april 2003 heeft de Raad met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Awb het door geopposeerde ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 juli 2000, reg. nrs. 99/5356 NABW en 99/5357 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.

Het tegen deze uitspraak gedane verzet is gegrond verklaard bij uitspraak van 8 juli 2003. II. MOTIVERING Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep ziet de Raad geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan vermeld in zijn tussen partijen gewezen uitspraak van 22 april 2003. Verwezen wordt hier naar de overwegingen van de Raad in die uitspraak. Dit betekent dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De kosten die gedaagde heeft moeten maken voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep zijn aan te merken als redelijkerwijs gemaakte kosten in de zin van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb.

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage worden die kosten begroot op € 483,-- ( 1 punt voor het verweerschrift en ½ punt voor het verzetschrift). Met toepassing van artikel 8:54 van de Awb wordt thans als volgt beslist: III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde tot een bedrag groot € 483,--, te betalen door de gemeente ’s-Hertogenbosch; Bepaalt dat van de gemeente ’s-Hertogenbosch een griffierecht wordt geheven van € 348,--.

Aldus gegeven door mr. A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van mr. P.C. de Wit als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2003. (get.) A.B.J. van der Ham (get.) P.C. de Wit Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. JK/873