Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2000:AE8520 ECLI:NL:CRVB:2000:AE8520 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2000:AE8520 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2000:AE8520
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

E N K E L V O U D I G E K A M E R 96/3611 ABW 96/3693 ABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de gedingen tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante en de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente 's-Gravenhage, gedaagde. I. INLEIDING Bij beroepschrift van 9 april 1996, ingediend bij de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 11 april 1996, en bij de Raad binnengekomen op 19 april 1996, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een door de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 25 oktober 1995 tussen partijen gegeven uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2000:AE8520 · Centrale Raad van Beroep: I. INLEIDING Bij beroepschrift van 9 april 1996, ingediend bij de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 11 april 1996, en bij de Raad binnengekomen op 19 april 1996, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een door de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 25 oktober 1995 tussen partijen gegeven uitspraak.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:75 van de Awb
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

E N K E L V O U D I G E K A M E R 96/3611 ABW 96/3693 ABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de gedingen tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante en de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente 's-Gravenhage, gedaagde. I. INLEIDING Bij beroepschrift van 9 april 1996, ingediend bij de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 11 april 1996, en bij de Raad binnengekomen op 19 april 1996, heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een door de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 25 oktober 1995 tussen partijen gegeven uitspraak.

II. MOTIVERING In artikel 6:5, eerste lid, aanhef, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift dient te zijn ondertekend. Deze bepaling is ingevolge artikel 6:24, eerste lid, van de Awb in hoger beroep van overeenkomstige toepassing. Het ingediende beroepschrift is echter niet ondertekend. Bij schrijven van 25 juni 1996 is appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Zij heeft deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan. Bij schrijven van 26 juli 1996 is aan appellante nogmaals de gelegenheid geboden het beroepschrift te ondertekenen.

Daarbij is een termijn van twee weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden. Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan. Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging zouden kunnen vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr C.G. Kasdorp in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 mei 1997. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) P.N. Rijnsewijn. Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. 0705/215 PR/AS