ECLI:NL:CBB:2026:307 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 25/402 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 Voorzitter: mr. A. van Gijzen Griffier: R. Hosseinollahi Partijen [naam 1] , te [vestigingsplaats] (onderneming), waarvoor is verschenen [naam 2] en de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming heeft bij de subsidieaanvraag onjuiste informatie verstrekt. De aankoop van de warmtepomp ging namelijk vooraf aan de aanvraag.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2026:307 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Er is geen sprake van een onevenwichtig besluit. 3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi Artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 25/402 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 Voorzitter: mr. A. van Gijzen Griffier: R. Hosseinollahi Partijen [naam 1] , te [vestigingsplaats] (onderneming), waarvoor is verschenen [naam 2] en de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming heeft bij de subsidieaanvraag onjuiste informatie verstrekt. De aankoop van de warmtepomp ging namelijk vooraf aan de aanvraag.
Als de onderneming wel de juiste informatie had verstrekt, dan had de minister geen subsidie verleend. De minister was daarom bevoegd om de subsidie op nihil vast te stellen. 2 De onderneming heeft naar voren gebracht dat de minister geen gebruik mocht maken van die bevoegdheid, maar dat gaat hier niet op. Er bestaat geen recht op subsidie als niet is voldaan aan het vereiste van het stimulerend effect. Het gaat hier om een dwingende bepaling van het Europese staatssteunkader. Als de onderneming anders had gehandeld en de aankoop van de warmtepomp na de subsidieaanvraag had gedaan, had zij wel aanspraak op de subsidie kunnen maken.
Er is geen sprake van een onevenwichtig besluit. 3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi Artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.