ECLI:NL:CBB:2025:674 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/599 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige van 12 december 2025 Voorzitter: mr. B. Bastein Griffier: mr. D. de Vries Partijen Parochie [naam] , te [woonplaats] en de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de aanvraag van de parochie voor subsidie voor een warmtepomp terecht afgewezen, omdat de warmtepomp is aangeschaft vóórdat de subsidieaanvraag is ingediend.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2025:674 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. D. de Vries Partijen Parochie [naam] , te [woonplaats] en de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de aanvraag van de parochie voor subsidie voor een warmtepomp terecht afgewezen, omdat de warmtepomp is aangeschaft vóórdat de subsidieaanvraag is ingediend.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/599 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige van 12 december 2025 Voorzitter: mr. B. Bastein Griffier: mr. D. de Vries Partijen Parochie [naam] , te [woonplaats] en de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de aanvraag van de parochie voor subsidie voor een warmtepomp terecht afgewezen, omdat de warmtepomp is aangeschaft vóórdat de subsidieaanvraag is ingediend.
Daardoor is niet voldaan aan het vereiste van stimulerend effect. 2 Het gaat om een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) op grond van titel 4.5 van de Regeling nationale EZK-en LNV-subsidies (Regeling). In de Regeling is bepaald dat de aanvraag moet worden ingediend voordat de investering is gedaan. Dat is niet gebeurd. De parochie valt niet onder de in de Regeling genoemde uitzondering voor eigenaar-bewoners. Dat de parochie zich naar eigen zeggen door de subsidie wel gestimuleerd heeft gevoeld, maakt niet dat voldaan is aan het vereiste in de Regeling. 3 Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat toepassing van de Regeling zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. w.g. mr.
B. Bastein w.g. mr. D. de Vries