Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:572 ECLI:NL:CBB:2025:572 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:572 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:572
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 22/2598, 23/186, 23/188, 23/189, 23/1394 en 24/810 beslissing op het wrakingsverzoek van [naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] ) Procesverloop [naam 1] heeft een verzoek gedaan om wraking van mr. J.H. de Wildt, die als rechter van het College de zaken met nummers 22/2598, 23/186, 23/188, 23/189, 23/1394 en 24/810 behandelt. Deze zaken betreffen beroepen van [naam 1] tegen besluiten van de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) op grond van onder meer de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:572 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De zitting was op 21 oktober 2025. De gemachtigde van [naam 1] ( [naam 2] ) is, zoals hij eerder had gemeld, niet verschenen. Overwegingen 1. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets).

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2020:62
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 18/1268 uitspraak van de meervoudige kamer van 4 februari 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante, en Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw), verweerster. Procesverloop Bij factuur van 8 december 2015 (het primaire besluit) heeft Naktuinbouw aan appellante een bijdrage in rekening gebracht voor de keuring van boomkwekerijgewassen in 2015. Bij besluit van 14 januari 2016 heeft Naktuinbouw het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
ECLI:NL:CBB:2022:562
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 20/85, 21/283, 21/997 en 22/372 uitspraak van de meervoudige kamer van 23 augustus 2022 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: [naam 2] ), en Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw, verweerster (gemachtigde: mr. P.S. Jonker). Procesverloop Op 18 december 2019 heeft verweerster aan appellante een factuur gestuurd voor de areaalbijdrage voor de keuring van boomkwekerijgewassen in het seizoen 2019 van € 8.782,24. Bij besluit van 19 december 2019 heeft verweerster het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard (zaak 20/85).
ECLI:NL:CRVB:2021:1896
19/5188 ZVW-W Datum beslissing: 29 juli 2021 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats], België (verzoeker) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 oktober 2019, 17/4844, in het geding tussen verzoeker en het Centraal Administratie Kantoor. Op 29 juni 2021 heeft de Raad aan partijen meegedeeld dat het hoger beroep zal worden behandeld ter zitting van 30 juli 2021 door T.L. de Vries, behandelend rechter. Op 28 juli 2021 heeft verzoeker de behandeld rechter verzocht zich te verschonen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 22/2598, 23/186, 23/188, 23/189, 23/1394 en 24/810 beslissing op het wrakingsverzoek van [naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] ) Procesverloop [naam 1] heeft een verzoek gedaan om wraking van mr. J.H. de Wildt, die als rechter van het College de zaken met nummers 22/2598, 23/186, 23/188, 23/189, 23/1394 en 24/810 behandelt. Deze zaken betreffen beroepen van [naam 1] tegen besluiten van de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) op grond van onder meer de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

Met de brieven van 29 september 2025 en 1 oktober 2025 is [naam 1] ervan in kennis gesteld dat mr. De Wildt de bovengenoemde zaken op maandag 27 oktober 2025 om 13.00 uur ter zitting zal behandelen. Met het e-mailbericht van zondag 12 oktober 2025 heeft [naam 1] het wrakingsverzoek ingediend. Mr. De Wildt heeft te kennen gegeven dat hij niet in de wraking berust. Met de brief van 15 oktober 2025 heeft mr. De Wildt meegedeeld dat hij afziet van de mogelijkheid om door de wrakingskamer te worden gehoord en heeft hij een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek gegeven. [naam 1] heeft op 16 oktober 2025 op deze schriftelijke reactie gereageerd.

De zitting was op 21 oktober 2025. De gemachtigde van [naam 1] ( [naam 2] ) is, zoals hij eerder had gemeld, niet verschenen. Overwegingen 1. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets).

Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoeker is hierbij echter niet doorslaggevend. 2 [naam 1] stoelt haar verzoek om wraking in de kern op de grond dat mr. De Wildt zich in de uitspraak van 4 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:62) – met een onjuiste bewijslastverdeling en selectieve motivering – al inhoudelijk heeft vastgelegd op rechtsvragen die in de nu aanhangige zaken opnieuw voorliggen.

Volgens [naam 1] roept dit bij een redelijk denkende procespartij de objectieve schijn van vooringenomenheid op. Die schijn is volgens [naam 1] op grond van vaste rechtspraak al voldoende grond voor toewijzing van een wrakingsverzoek. 3 Mr. De Wildt schrijft in zijn reactie op het verzoek om wraking dat het juist is dat hij één van de rechters is die betrokken was bij de uitspraak van 4 februari 2020 en dat daarin de door [naam 1] bedoelde vraag speelde, namelijk wanneer sprake is van teelmateriaal. Deze vraag speelde ook in de uitspraak van 23 augustus 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:562) waar hij eveneens (toen als voorzitter) bij betrokken was.

De omstandigheid dat hij bij deze uitspraken betrokken is geweest, is volgens mr. De Wildt echter geen gegronde reden om het wrakingsverzoek toe te wijzen. 4 De wrakingskamer overweegt het volgende. 5 [naam 1] ziet grond voor wraking in de omstandigheid dat mr. De Wildt betrokken was bij een of meer uitspraken waarmee zij het niet eens is over een rechtsvraag die in de nu aanhangige beroepsprocedures in geschil is. Deze grond kan naar het oordeel van de wrakingskamer niet slagen. De onpartijdigheid van een rechter heeft niet reeds te lijden onder de omstandigheid dat die rechter eerder betrokken was bij uitspraken in een zaak waarin [naam 1] partij was en daarbij in het ongelijk is gesteld, of dat de rechter al eerder betrokken was bij uitspraken in een of meer (andere) gedingen over de in geschil zijnde rechtsvraag (zie bijvoorbeeld CRvB 29 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1896). 6 De wrakingskamer is van oordeel dat [naam 1] verder geen feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht die kunnen leiden tot het oordeel dat sprake is van een zwaarwegende aanwijzing dat mr.

De Wildt jegens haar een vooringenomenheid koestert of dat bij [naam 1] daartoe een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat. 7 Het verzoek om wraking zal daarom worden afgewezen. De behandeling van de zaken met nummers 22/2598, 23/186, 23/188, 23/189, 23/1394 en 24/810 door mr. J.H. de Wildt als rechter zal worden voortgezet. Deze zaken zullen worden behandeld ter zitting op maandag 27 oktober 2025 om 13.00 uur. Beslissing Het College wijst het wrakingsverzoek van 12 oktober 2025 af. Aldus genomen door mr. A. Venekamp, mr. H.L. van der Beek en mr.

T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. C.G.M. van Ede, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025. w.g. A. Venekamp w.g. C.G.M. van Ede Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.