Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:49 ECLI:NL:CBB:2025:49 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:49 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:49
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/200 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2025 Rechter: mr. R W.L. Koopmans Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten en mr. M. Achalhi Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Met het besluit van 26 juli 2021, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 8 januari 2024, heeft de minister de aan de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) verleende subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 ingetrokken.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:49 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R W.L. Koopmans Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten en mr. M. Achalhi Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Met het besluit van 26 juli 2021, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 8 januari 2024, heeft de minister de aan de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) verleende subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 ingetrokken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/200 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2025 Rechter: mr. R W.L. Koopmans Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten en mr. M. Achalhi Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Met het besluit van 26 juli 2021, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 8 januari 2024, heeft de minister de aan de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) verleende subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 ingetrokken.

Ook heeft de minister het betaalde voorschot van € 71.806,60 teruggevorderd. De onderneming maakt deel uit van een fiscale eenheid. De minister heeft in de bezwaarprocedure aan de onderneming gevraagd om stukken in te sturen waarin de omzet van de fiscale eenheid is uitgesplitst in de omzet van de onderneming en de omzet van de rest van de entiteiten. De onderneming heeft hierop laten weten geen reden te zien om informatie te verstrekken over de overige onderdelen van de fiscale eenheid. De minister heeft vervolgens de subsidie ingetrokken, omdat de onderneming geen (betrouwbare) gegevens heeft verstrekt van de door haar gerealiseerde omzet in de referentieperiode en de subsidieperiode.

Door het ontbreken van deze gegevens kon de minister niet vaststellen dat de onderneming voldoet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies. 2 De onderneming voert aan dat de cijfers die bij de aanvraag zijn doorgegeven niet correct waren verwerkt door de contactpersoon die de aanvraag voor de onderneming deed. De onderneming stelt dat zij de correcte cijfers heeft meegestuurd met het beroepschrift. 3 Het College overweegt dat het document met resultaten van de onderneming van het vierde kwartaal van 2019 en het vierde kwartaal van 2020, dat de onderneming met het beroepschrift heeft meegestuurd, ook al in de bezwaarprocedure is ingebracht.

Het College is het met de minister eens dat de onderneming, die deel uitmaakt van een fiscale eenheid, onvoldoende gegevens heeft verstrekt om te kunnen bepalen wat de omzet van de onderneming is geweest in de referentieperiode en in de subsidieperiode. De minister heeft dus terecht besloten om de subsidie in te trekken. Het beroep is ongegrond. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.D.V. Efstratiades