Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:45 ECLI:NL:CBB:2025:45 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:45 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:45
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1204 en 23/1924 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2025 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. L.N. Foppen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats 1] en [naam 2] B.V., te [plaats 2] (de ondernemingen), waarvoor aanwezig is [naam 3] en de gemachtigde ir. A.H.J. van der Putten en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes. Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:45 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. L.N. Foppen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats 1] en [naam 2] B.V., te [plaats 2] (de ondernemingen), waarvoor aanwezig is [naam 3] en de gemachtigde ir. A.H.J. van der Putten en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes. Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1204 en 23/1924 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2025 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. L.N. Foppen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats 1] en [naam 2] B.V., te [plaats 2] (de ondernemingen), waarvoor aanwezig is [naam 3] en de gemachtigde ir. A.H.J. van der Putten en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes. Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1.

De ondernemingen hebben beide een aanvraag ingediend voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK). De aanvragen zijn ingediend buiten de in de OVK genoemde aanvraagperiode, omdat de aanspraak op subsidie op grond van de TVL nog niet vaststond. De minister heeft de aanvragen afgewezen, omdat deze te laat zijn ingediend. 2 Het College heeft eerder al geoordeeld over een vergelijkbare situatie (zie de uitspraak van 19 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:201). In wat de ondernemingen hebben aangevoerd ziet het College geen aanleiding om te concluderen dat de minister de aanvragen toch in behandeling had moeten nemen. 3 Ook is er geen reden om strijd met het evenredigheidsbeginsel aan te nemen. w.g.

B. Bastein w.g. L.N. Foppen