Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:43 ECLI:NL:CBB:2025:43 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:43 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:43
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1865 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn mr. P. van Rooij en [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en C. Zieleman Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 18 juni 2024.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:43 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn mr. P. van Rooij en [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en C. Zieleman Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 18 juni 2024.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 18 juni 2024.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1865 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn mr. P. van Rooij en [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en C. Zieleman Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 18 juni 2024.

Met deze uitspraak heeft het College het beroep van de onderneming (kennelijk) ongegrond verklaard en geoordeeld dat de minister het bezwaar van de onderneming met het besluit op bezwaar van 14 september 2023 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De onderneming heeft namelijk naar het oordeel van het College zonder goede redenen buiten de termijn bezwaar gemaakt tegen het besluit van 9 februari 2023 tot vaststelling van de subsidie voor de periode Q3 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. De onderneming heeft aangevoerd dat zij het vaststellingsbesluit van 9 februari 2023 niet heeft ontvangen.

De onderneming stelt dat zij tijdens de aanvraagprocedure geregeld contact heeft gehad met de RVO via e-mail en brieven en dat zij er daarom op mocht vertrouwen dat, ondanks dat zij bij aanvraag heeft aangevinkt via het digitale platform informatie te willen ontvangen, zij het vaststellingsbesluit ook via brief/e-mail zou ontvangen. De onderneming is hard getroffen door de coronacrisis en is niet in staat om het voorschot terug te betalen. Het College stelt vast dat vaststellingsbesluit op de juiste wijze is bekendgemaakt. De minister heeft het vaststellingsbesluit in de digitale omgeving geplaatst en daarop is een notificatie verzonden aan het door de onderneming bij de aanvraag opgegeven e-mailadres.

De minister is niet verplicht om naast het plaatsen van het besluit in de digitale omgeving, waarvoor de onderneming toestemming heeft gegeven, het besluit ook nog per post of e-mail te versturen. Het komt voor rekening en risico van de onderneming als de notificatie niet wordt opgemerkt, ook in het geval de onderneming zich heeft laten bijstaan door een gemachtigde. 4 Het feit dat een besluit ingrijpend van aard is dan wel grote financiële gevolgen heeft, speelt geen rol bij de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding. Het College verwijst naar zijn uitspraak van 30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31). w.g.

R.W.L. Koopmans w.g. A. Verhoeven